Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AY9681

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-12-2006
Datum publicatie
15-12-2006
Zaaknummer
C05/225HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AY9681
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Niet-ontvankelijk cassatieberoep tegen tussenarrest waarin een comparitie is gelast.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 401a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 798
RvdW 2007, 6
NJB 2007, 78
JWB 2006/439
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 december 2006

Eerste Kamer

Nr. C05/225HR

RM/MK

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. J.H.E. Wanrooij,

t e g e n

[Verweerder] h.o.d.n. Kunststoffen Komfort KK,

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploot van 17 mei 2002 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd [eiser] te veroordelen tot betaling van de volgende bedragen:

1. € 7.060,77 ter zake van de hoofdsom;

2. € 1.059,12 ter zake van buitengerechtelijke kosten;

3. € 27,08 ter zake van wettelijke rente tot en met 6 mei 2002, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 7 mei 2002 tot en met de dag der algehele voldoening.

Nadat [eiser] op de vordering niet had geantwoord, is tegen hem akte van non-conclusie verleend.

De rechtbank heeft bij vonnis van 1 oktober 2002 [eiser] veroordeeld tot betaling aan [verweerder] van een bedrag van € 7.060,77, een bedrag van € 662,-- aan buitengerechtelijke incassokosten, alsmede een bedrag van € 27,08, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente. Het meer of anders gevorderde heeft de rechtbank afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. In hoger beroep heeft [eiser] tevens een reconventionele vordering tot betaling van schadevergoeding ingesteld.

Bij tussenarrest van 8 februari 2005 heeft het hof [eiser] niet-ontvankelijk verklaard in de door hem ingestelde reconventionele vordering en een comparitie van partijen gelast. De comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 25 april 2005.

Het tussenarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het tussenarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de niet verschenen [verweerder] is verstek verleend.

De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn cassatieberoep.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

3.1 In cassatie gaat het om het volgende. Op 5 september 2001 heeft [verweerder] aan [eiser] een offerte uitgebracht voor het verrichten van diverse werkzaamheden voor een bedrag van in ieder geval ƒ 17.675,--. Ter zake van deze werkzaamheden heeft [eiser] in totaal ƒ 10.000,-- contant aan [verweerder] betaald. [Verweerder] heeft aan [eiser] facturen gestuurd ten bedrage van ƒ 11.033,25 (€ 5.006,67), € 661,50 en € 1.392,60. Het betrof de aanneemsom, met aftrek van de reeds betaalde ƒ 10.000,--, meerwerk en huur van diverse machines, alsmede BTW. In dit geding vordert [verweerder] betaling van € 8.146,97, namelijk de genoemde factuurbedragen met buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 7 mei 2002 tot aan de dag der algehele voldoening.

3.2 De rechtbank heeft bij vonnis van 1 oktober 2002 de vordering van [verweerder] grotendeels toegewezen.

[Eiser] heeft appel ingesteld en hij heeft toen in reconventie betaling van een bedrag van € 8.027,64 ter zake van herstelwerkzaamheden gevorderd. Bij arrest van 8 februari 2005 heeft het hof [eiser] in deze reconventionele vordering niet-ontvankelijk verklaard en voorts in conventie een comparitie van partijen gelast. De cassatieklachten zijn uitsluitend gericht tegen de overwegingen van het hof in het geding in conventie.

3.3 Het hof heeft in conventie geen beslissing in het dictum opgenomen waardoor aan het geding omtrent enig deel van het gevorderde een einde wordt gemaakt, doch slechts een comparitie van partijen bepaald. Nu het derhalve gaat om een tussenarrest kan volgens het hier toepasselijke art. 401a lid 2 Rv. beroep in cassatie tegen dit arrest slechts tegelijk met dat tegen het eindarrest worden ingesteld, aangezien het hof niet anders heeft bepaald en de overige in dit artikel vermelde uitzonderingen evenmin van toepassing zijn. [eiser] kan derhalve in zijn cassatieberoep niet worden ontvangen.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, A. Hammerstein, en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 15 december 2006.