Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AY9312

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-10-2006
Datum publicatie
20-10-2006
Zaaknummer
C05/281HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AY9312
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medische aansprakelijkheid. Geschil tussen een patiënt en zijn voormalig behandelend neuroloog over aansprakelijkheid voor schade die de patiënt heeft geleden als gevolg van de toerekenbare tekortkomingen van de neuroloog in de nakoming van diens consultatieplicht en informatieplicht; ontbrekend causaal verband tussen tekortkomingen en schade (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 629
RvdW 2006, 983
JWB 2006/357
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 oktober 2006

Eerste Kamer

Nr. C05/281HR

RM/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie, voorwaardelijk incidenteel verweerder in cassatie,

advocaat: mr. J.P. Heering,

t e g e n

[Verweerder],

laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie, voorwaardelijk incidenteel eiser tot cassatie,

advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 15 september 1999 de inmiddels overleden verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de rechtbank te Roermond en gevorderd:

1. voor recht te verklaren dat [verweerder] jegens hem toerekenbaar tekort is gekomen en deswege voor de daaruit voortvloeiende schade aansprakelijk is, en

2. [verweerder] te veroordelen aan hem te betalen de schade als op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met wettelijke rente.

[Verweerder] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 12 oktober 2000 voor recht verklaard dat [verweerder] jegens [eiser] toerekenbaar is tekort gekomen en deswege tot een mate van 75% aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade en [verweerder] veroordeeld aan [eiser] te betalen de schade zoals op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente.

Tegen dit vonnis heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Na drie tussenarresten van 4 november 2002, 15 juli 2003 en 23 december 2003 en uitlatingen zijdens partijen, heeft het hof bij (vierde) tussenarrest van 6 april 2004 bepaald dat een deskundigenonderzoek zal worden verricht naar de in rov. 16.2 van zijn arrest geformuleerde vragen en drie deskundigen benoemd. De deskundigen hebben op 22 november 2004 het definitieve rapport van hun onderzoek uitgebracht. Hierna heeft het hof bij eindarrest van 10 mei 2005 het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, het door [eiser] gevorderde afgewezen.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. [Verweerder] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld tegen de tussenarresten van 4 november 2002, 15 juli 2003, 23 december 2003, 6 april 2004 alsmede tegen het eindarrest van 10 mei 2005. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het principale beroep.

3. Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, P.C. Kop, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 oktober 2006.