Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AY9311

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-10-2006
Datum publicatie
20-10-2006
Zaaknummer
C05/239HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AY9311
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Geschil tussen de brandverzekeraar van een verpleeghuis en een aannemer – in wiens opdracht een onderaannemer werkzaamheden aan het dak heeft verricht waarbij brand is ontstaan – over aansprakelijkheid van de aannemer wegens onzorgvuldig handelen jegens het verpleeghuis door de onderaannemer niet vóór aanvang van diens dakwerkzaamheden te waarschuwen waardoor de aannemer ook als ‘schadeveroorzaker’ in de zin van het Bindend Besluit Regres 1984 wordt aangemerkt (81 RO).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 628
RvdW 2006, 982
S&S 2007, 60
JWB 2006/360

Uitspraak

20 oktober 2006

Eerste Kamer

Nr. C05/239HR

RM/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,

t e g e n

de vennootschap naar Zwitsers recht ZÜRICH VERSICHERUNGSGESELLSCHAFT,

gevestigd te Zürich, Zwitserland,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. J. Wuisman,

thans mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: Zürich - heeft bij exploot van 19 april 1999 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - en [A] B.V. voor de rechtbank te Zwolle en gevorderd [eiseres] en [A] te veroordelen tot betaling van een bedrag van ƒ 1.000.000,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 juli 1997 tot aan de dag der algehele voldoening.

Na toestemming van de rechtbank, bij tussenvonnis van 18 augustus 1999, heeft [eiseres] [A] in vrijwaring opgeroepen. Hierna hebben zowel [eiseres] als [A] de vordering bestreden.

Als gevolg van een schikking tussen Zürich en [A] is de procedure tussen deze partijen geroyeerd.

De rechtbank heeft bij vonnis van 21 maart 2001 de vordering van Zürich jegens [eiseres] afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft Zürich hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.

Na een tussenarrest van 1 april 2003 heeft het hof bij tweede tussenarrest van 18 mei 2004 [eiseres] toegelaten te bewijzen dat zij met Sint Jozef Verpleeghuis (hierna: St. Jozef) heeft afgesproken dat St. Jozef de polystyreen-isolatie onder de door [A] te behandelen daken zou verwijderen voordat [A] met haar dakbedekkingswerkzaamheden zou beginnen. Na getuigenverhoor heeft het hof bij eindarrest van 7 juni 2005 het vonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [eiseres] veroordeeld tot betaling aan Zürich van een bedrag van € 453.780,22, vermeerderd met de wettelijke rente over € 190.587,69 vanaf 21 juli 1997 tot en met 18 november 1997 en over € 453.780,22 vanaf 19 november 1997 tot de dag der algehele voldoening. Het meer of anders gevorderde heeft het hof afgewezen.

De arresten van het hof van 1 april 2003, 18 mei 2004 en 7 juni 2005 zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen laatstgenoemde arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Zürich heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

Bij brief van 15 september 2006 heeft mr. D. Stoutjesdijk, mede namens de advocaat van [eiseres], op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Zürich begroot op € 5.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 oktober 2006.