Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AY9219

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-10-2006
Datum publicatie
20-10-2006
Zaaknummer
C05/171HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AY9219
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Faillissementsrecht. Geschil tussen een moedermaatschappij van een groep vennootschappen en de curator in het faillissement van haar voormalige extern adviseur/feitelijk bestuurder over de betaling van schadevergoeding aan de boedel voor managementwerkzaamheden waarbij baten bewust aan de boedel zijn onttrokken (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2006-10-20
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 624
RvdW 2006, 979
JWB 2006/348

Uitspraak

20 oktober 2006

Eerste Kamer

Nr. C05/171HR

MK/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. K.G.W. van Oven,

t e g e n

mr. R.J. VAN GALEN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1],

wonende te Amsterdam,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. R. Menschaert.

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij exploot van 17 april 1998 heeft de voorganger van thans verweerder in cassatie - verder te noemen: de curator - in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1] - verder te noemen: [betrokkene 1] - de eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiseres] te veroordelen aan hem te betalen een schadevergoeding op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 april 1997, althans vanaf de dag van de dagvaarding, alsmede [eiseres] te veroordelen aan hem te betalen als voorschot op vermelde schadevergoeding een bedrag van ƒ 1.440.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente.

[Eiseres] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 14 maart 2001 [eiseres] veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting ten behoeve van de boedel aan de curator te betalen ƒ 870.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 april 1997, [eiseres] in de kosten van de procedure veroordeeld, het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Tegen het vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij arrest van 22 maart 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [eiseres] veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting ten behoeve van de boedel aan de curator te betalen € 313.108,34, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 8 april 1997, [eiseres] in de kosten van de procedure veroordeeld, het arrest uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De curator heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor [eiseres] namens zijn advocaat toegelicht door mr. G.A.J. Boekraad en mr. W.H. van Hemel, advocaten te Amsterdam, en voor de curator namens zijn advocaat door mr. R.J. van Galen en mr. W.P. Wijers, advocaten te Amsterdam.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het principale beroep.

3. Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 1.171,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 oktober 2006.