Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AY7968

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29-09-2006
Datum publicatie
29-09-2006
Zaaknummer
C05/033HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AY7968
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Erfrecht. Geschil tussen de moeder en zusters van een erflater en zijn voormalige levenspartner over de vraag of de erflater bij testament had beoogd zijn zusters aan te merken als legatarissen danwel als erfgenamen; uitleg van het testament (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2006-09-29
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 563
RvdW 2006, 901
JWB 2006/308

Uitspraak

29 september 2006

Eerste Kamer

Nr. C05/033HR

JMH/MK

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiseres 1],

wonende te [woonplaats],

2. [Eiseres 2],

wonende te [woonplaats],

3. [Eiseres 3],

wonende te [woonplaats],

4. [Eiseres 4],

wonende te [woonplaats],

EISERESSEN tot cassatie,

advocaat: voorheen mr. W.B. Teunis,

thans mr. M.L. Kleyn

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: voorheen mr. M.H. van der Woude,

thans mr. N.T. Dempsey.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseressen tot cassatie - verder afzonderlijk te noemen: [eiseres 1], de moeder van erflater en de overige drie eiseressen, zijnde de [eiseressen], dan wel gezamenlijk: [eiseres] c.s. - hebben bij exploot van 7 maart 2001 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en tegen hen een aantal vorderingen ingesteld ter zake van de nalatenschap van [betrokkene 1] (hierna: de erflater).

[Verweerder] heeft de vorderingen bestreden en zijnerzijds in reconventie een aantal vorderingen ter zake van dezelfde nalatenschap ingesteld.

[Eiseres] c.s. hebben de vorderingen in reconventie bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 15 januari 2003 in conventie de vorderingen afgewezen. In reconventie heeft zij voor recht verklaard:

- dat de making, zoals geformuleerd onder ten tweede sub B in het testament, een legaat is alsmede dat [verweerder] enig erfgenaam is;

- dat de uitkeringen van de levensverzekeringen van Nationale-Nederlanden niet in de nalatenschap vallen;

- dat de bestanddelen van de nalatenschap dienen te worden gewaardeerd per de datum van overlijden van de erflater, alsmede dat [eiseres] c.s. hoofdelijk worden veroordeeld hun onvoorwaardelijke en onverwijlde medewerking te verlenen aan een bindende taxatie op kosten van de nalatenschap door één of meerdere door de boedelnotaris te benoemen deskundige(n);

- dat, na vaststelling van de waarde van de legaten, het keuzerecht ten aanzien van wat als legaat wordt uitgekeerd aan [verweerder] toekomt.

- [eiseres] c.s. veroordeeld tot medewerking aan de afwikkeling van de nalatenschap in die zin dat ten behoeve van de moeder van erflater als legaat het recht van vruchtgebruik van drie/vierde gedeelte van de zuivere nalatenschap wordt gevestigd en aan de [eiseressen] tezamen en voor gelijke delen als legaat drie/vierde gedeelte van de zuivere nalatenschap wordt uitgekeerd, belast met het recht van vruchtgebruik van de moeder van erflater.

Tegen het vonnis hebben [eiseres] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

[Verweerder] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

In het principaal appel hebben [eiseres] c.s. gevorderd het beroepen vonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende in hoger beroep, alsnog bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a. voor recht te verklaren dat de making, zoals geformuleerd onder ten tweede sub B van het testament van de erflater van 28 mei 1997, een erfstelling is, zodat de [eiseressen] en [verweerder] ieder een/vierde deel van de nalatenschap van de erflater verkrijgen, althans dat die making als een erfstelling wordt gezien;

b. voor recht te verklaren dat de uitkeringen uit hoofde van de twee polissen bij Nationale-Nederlanden op grond van verpanding in mindering dienen te komen op de hypothecaire schuld die rust op het appartementsrecht van voormeld pand, althans toevallen aan de vier testamentaire erfgenamen van de erflater, te weten de [eiseressen] en [verweerder];

c. [verweerder] te veroordelen om aan de gemeenschap een gebruiksvergoeding te betalen vanaf 1 januari 1999 voor het gebruik van het gemeubileerde appartement, bindend vast te stellen door een door het hof aan te wijzen makelaar, welke vergoeding verschuldigd zal zijn tot het moment van verkoop;

d. te bepalen dat het appartementsrecht van voormeld pand zal worden verkocht op een door het hof te bepalen wijze en dat de netto opbrengst na verkoop tussen partijen zal worden verdeeld in die zin dat daarvan 75% toekomt aan de [eiseressen] en 25% aan [verweerder], met bepaling dat, waar nodig, door [verweerder] te verrichten rechtshandelingen of diens handtekening onder een op te maken akte in het kader van die verkoop vervangen kunnen worden door het arrest van het hof op de voet van artikel 3:300 BW;

e. [verweerder] te veroordelen om met de [eiseressen] over te gaan tot scheiding en deling van de nalatenschap, in die zin dat de zusters samen 75% van de nalatenschap verkrijgen en [verweerder] 25%, met benoeming van een notaris en onzijdige personen als volgens de wet;

f. na voorwaardelijke wijziging van eis en subsidiair voor het geval het hof het gevorderde onder a afwijst en uitgaat van legaten ten behoeve van de [eiseressen], [verweerder] te veroordelen om aan de (zuivere) nalatenschap van de erflater een (gebruiks)vergoeding te betalen voor het gebruik van het gemeubileerde appartement, bindend vast te stellen door een door het hof of de boedelnotaris aan te wijzen makelaar, over de periode 1 januari 1999, tot aan het moment waarop het vruchtgebruik aan de moeder van erflater wordt gevestigd en de legaten aan de [eiseressen] worden uitgekeerd, althans een zodanige voorziening te treffen ter zake van het gebruik van die woning door [verweerder] vanaf 1 januari 1999 als het hof in goede justitie billijk acht;

g. [verweerder] te veroordelen in de kosten van beide instanties.

Tot slot hebben [eiseres] c.s. meer subsidiair hun eis verminderd voor het geval het hof zowel het gevorderde onder a als onder f zou afwijzen door voor dat geval het gevorderde onder c in te trekken.

In incidenteel appel heeft [verweerder] heeft het hof verzocht het beroepen vonnis, in reconventie gewezen, te vernietigen:

a. voor zover daarbij is bepaald dat [eiseres] c.s. hoofdelijk worden veroordeeld hun onvoorwaardelijke en onverwijlde medewerking te verlenen aan bindende taxatie op kosten van de nalatenschap door een of meerdere door de boedelnotaris te benoemen deskundige(n);

b. voor zover [eiseres] c s. daarbij hoofdelijk worden veroordeeld om onvoorwaardelijk en onverwijld mede te werken aan de volledige afwikkeling door de boedelnotaris en de executeur van de nalatenschap;

c. voor zover daarbij de proceskosten tussen partijen zijn gecompenseerd, des dat iedere partij de eigen kosten zal dragen;

en, opnieuw rechtdoende:

d. ieder afzonderlijk van [eiseres] c.s. te veroordelen om binnen acht dagen, althans binnen een door het hof in redelijkheid te bepalen kort aantal dagen, na betekening van dit arrest, haar onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan bindende taxatie op kosten van de nalatenschap door een of meerdere door de boedelnotaris te benoemen deskundige(n), zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- voor iedere dag of een gedeelte daarvan dat zij in gebreke blijft om aan deze veroordeling te voldoen, met de bepaling dat wanneer een dwangsom van € 8.000,-- is verbeurd, dit arrest in de plaats treedt van de medewerking van haar die in gebreke blijft;

e. ieder afzonderlijk van [eiseres] c.s. te veroordelen om binnen acht dagen, althans binnen een door het hof in redelijk te bepalen kort aantal dagen, na betekening van dit arrest, onvoorwaardelijk mede te werken aan de volledige afwikkeling bij de boedelnotaris en de executeur van de nalatenschap, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- voor iedere dag of een gedeelte daarvan dat zij in gebreke blijft om aan deze veroordeling te voldoen, met bepaling dat wanneer een dwangsom van € 8.000,-- is verbeurd, dit arrest in de plaats treedt van de medewerking van haar die in gebreke blijft;

f. [eiseres] c.s. hoofdelijk te veroordelen in de kosten van de procedure in reconventie in eerste aanleg, des dat de een betalend de ander in zoverre zal zijn bevrijd;

g. het beroepen vonnis in conventie en in reconventie voor het overige te bekrachtigen en

h. in principaal en in incidenteel appel [eiseres] c.s. hoofdelijk te veroordelen in de procedures in beide instanties, des dat de een betalend de ander in zoverre zal zijn bevrijd.

Bij arrest van 14 oktober 2004 heeft het hof in het principaal en incidenteel appel het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Voorts heeft het hof hetgeen overigens is gevorderd afgewezen en de proceskosten in beide instanties gecompenseerd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiseres] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, P.C. Kop, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 29 september 2006.