Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AY7262

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-09-2006
Datum publicatie
01-09-2006
Zaaknummer
C06/087HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AY7262
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Cassatie, verzoek tot verstekverlening; exploot van dagvaarding met formeel gebrek, relatieve nietigheid, toepassing van art. 121 lid 2 Rv.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 45
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 121
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 485
NJ 2006, 481
RvdW 2006, 768
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

1 september 2006

Eerste Kamer

Nr. C06/087HR

Hoge Raad der Nederlanden

Rolbeschikking

in de zaak van:

GLAXOSMITHKLINE B.V.,

gevestigd te Zeist,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai,

t e g e n

Mr. Hermanus Hendrikus KREIKAMP, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van GPM (Grafisch Project Management) B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in cassatie

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: GSK - heeft bij exploot van 15 maart 2006 aan verweerder in cassatie - verder te noemen: de curator - aangezegd dat zij beroep in cassatie instelt tegen het tussen partijen gewezen arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 15 december 2005 en de curator gedagvaard te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad van 31 maart 2006.

De curator is in cassatie niet verschenen. GSK heeft verzocht verstek te verlenen tegen de curator. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt ertoe op de voet van art. 121 lid 2 Rv. een nadere datum te bepalen met bevel tot oproeping van GSK met herstel van het na te noemen gebrek.

2. Beoordeling van het verzoek tot verstekverlening

Het exploot van dagvaarding van 15 maart 2006 voldoet niet aan de ingevolge art. 407 lid 1 in verbinding met art. 111 Rv. in acht te nemen eisen, vermeld in art. 45 lid 2 Rv., aangezien het de woonplaats van de curator niet vermeldt.

Ingevolge art. 120 lid 1 Rv. brengt dit gebrek nietigheid van het exploot mee.

Het is evenwel niet aannemelijk dat het exploot als gevolg van dit gebrek de curator niet heeft bereikt - uit een door de advocaat van GSK aan de Hoge Raad gezonden brief van de curator blijkt zelfs het tegendeel - zodat, gelet op art. 121 lid 2 Rv., een nieuwe roldatum zal worden bepaald, met bevel aan GSK tot het uitbrengen aan de curator van een herstelexploot met hernieuwde oproeping van de curator.

Er bestaat geen grond van toepassing van art. 121 lid 2 af te zien op de grond dat in het onderhavige geval is gebleken dat het exploot van dagvaarding de curator heeft bereikt. De wetgever heeft in de regeling van art. 121 reeds de mogelijkheid verdisconteerd dat de niet-inachtneming van een met nietigheid bedreigd voorschrift niet eraan in de weg heeft gestaan dat het exploot degene heeft bereikt voor wie het is bestemd.

3. Beschikkende

De rolraadsheer:

bepaalt dat de zaak weer zal worden uitgeroepen ter rolle van 22 september 2006;

beveelt GSK aan de curator die datum bij exploot aan te zeggen en hem op te roepen dan te verschijnen, met herstel van voormeld gebrek op haar kosten;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheer E.J. Numann en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 september 2006.