Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AY7210

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-09-2006
Datum publicatie
01-09-2006
Zaaknummer
42237
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Douanerecht: Post 2009 11 van de GN; begrip “bevroren”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2006, 1280 met annotatie van Benning
FutD 2006-1590
BNB 2006/328

Uitspraak

Nr. 42.237

1 september 2006

whk

gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 10 februari 2005, nr. 03/1120 DK, betreffende na te melden uitnodiging tot betaling van douanerechten.

1. Uitnodiging tot betaling, bezwaar en geding voor het Hof

Belanghebbende is bij aanslagbiljet van 28 november 2002 uitgenodigd tot betaling van een bedrag van € 1495,98 aan douanerechten. Het tegen die uitnodiging door belanghebbende gemaakte bezwaar is bij uitspraak van de Inspecteur afgewezen.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

3. Beoordeling van de middelen

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

Belanghebbende heeft op 27 november 2002 aangifte voor het vrije verkeer gedaan van vaten sinaasappelsap. In de aangifte heeft zij voor deze goederen de post 2009 12 00 van de Gecombineerde Nomenclatuur (hierna: GN) opgegeven en deze goederen omschreven als "sinaasappel sap met een temperatuur van (minus) -12 graden Celsius met een brixgehalte van 11,58, zijnde niet-bevroren". Bij verificatie van de aangifte is vastgesteld dat het aangegeven product tot in de kern hard was. De Inspecteur heeft zich op het standpunt gesteld dat post 2009 11 99 van de GN van toepassing is omdat het product naar zijn mening "bevroren" was in de zin van deze post.

3.2. Het Hof heeft geoordeeld dat de temperatuur in beginsel niet als het beslissende criterium voor de tariefindeling van bevroren sinaasappelsap kan worden gebruikt, maar dat het overgaan in de vaste vorm wel als objectief kenmerk of eigenschap van "bevroren sinaasappelsap" kan worden gehanteerd. Dit heeft het Hof gebracht tot het oordeel dat het onderwerpelijke product, nu dit tot in de kern hard is, als bevroren sinaasappelsap moet worden ingedeeld onder post 2009 11 van de GN.

3.3.1. Tegen deze oordelen richt zich middel I met het betoog dat de temperatuur wel degelijk van betekenis is om te bepalen of een product als bevroren moet worden aangemerkt en niet slechts het overgegaan zijn in vaste vorm, en dat, gelet op de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 15 juni 1976, Riemer, nr. 120/75, Jurispr. 1976, blz. 1003, en van 28 april 1999, Mövenpick Deutschland GmbH, C-405/97, Jurispr. 1999, blz. I-2397, mede beslissend is of zich een onomkeerbare verandering in de weefselstructuur heeft voorgedaan. Middel II voegt hieraan toe dat 's Hofs oordeel innerlijk tegenstrijdig is, nu het Hof sinaasappelsap als "bevroren" in de zin van de onderwerpelijke tariefpost aanmerkt indien het geheel in vaste vorm is overgegaan en toch kennelijk als juist aanvaardt hetgeen in de aanvullende toelichting van de Internationale Douaneraad op postonderverdeling 2009 11 van het Geharmoniseerd Systeem is vermeld ten aanzien van sinaasappelconcentraat, te weten dat dit ook als bevroren moet worden aangemerkt, indien het, hoewel nog niet tot in de kern bevroren, bewaard wordt bij een temperatuur van ongeveer minus 18° Celsius.

3.3.2. Buiten redelijke twijfel is dat onder "bevroren sinaasappelsap" - anders dan in de vorm van een concentraat - moet worden verstaan sinaasappelsap dat gekoeld is tot een temperatuur die lager is dan 0° Celsius én daardoor in vaste vorm is overgegaan, ook indien de weefselstructuur van het product niet onomkeerbaar is veranderd. De aangehaalde arresten van het Hof van Justitie betreffen niet de vraag of een product als bevroren moet worden aangemerkt, maar de vraag of een product na bevriezing en ontdooiing weer als vers moet worden beschouwd.

3.3.3. Aangezien het onderwerpelijke sinaasappelsap op het tijdstip waarop de aangifte voor het vrije verkeer is aanvaard, naar kennelijk voor het Hof niet in geschil was, een temperatuur had van minus 12° Celsius en tot in de kern was overgegaan in vaste vorm, moet dit worden aangemerkt als "bevroren" in de zin van post 2009 11 van de GN. Op grond hiervan falen de middelen, wat er zij van de door het Hof gebezigde motivering.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2006.