Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AY6997

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-09-2006
Datum publicatie
15-09-2006
Zaaknummer
R05/005HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AY6997
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht. Geschil tussen meerderjarig kind en zijn vader over de door hem verschuldigde bijdrage in kosten van levensonderhoud en studie vanaf de datum waarop het kind meerderjarig is geworden (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2006-09-15
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 515
RvdW 2006, 859
JWB 2006/289

Uitspraak

15 september 2006

Eerste Kamer

Rek.nr. R05/005HR

RM/MK

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vader],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. J. Groen,

t e g e n

[De zoon],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 3 november 2003 ter griffie van de rechtbank te Amsterdam ingekomen verzoekschrift heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: de zoon - zich gewend tot die rechtbank en verzocht - met wijziging van de beschikking van de rechtbank te Amsterdam van 20 maart 2002 - te bepalen dat verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - met ingang van 4 september 2003 per maand aan hem zal betalen een bijdrage in zijn kosten van levensonderhoud en studie van € 300,-- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.

De vader heeft binnen de gestelde termijn geen verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft bij - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking van 21 januari 2004 het verzoek van de zoon toegewezen. Tegen deze beschikking is de vader in verzet gekomen bij de rechtbank. De vader heeft tevens bij een "verzoek in het incident" verzocht de uitvoerbaarheid bij voorraad van voormelde beschikking op te schorten.

De zoon heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft bij beschikking van 17 maart 2004 het verzoek in het incident afgewezen en de vader niet-ontvankelijk verklaard in zijn overige verzoeken.

Tegen de beschikking van 21 januari 2004 heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te

Amsterdam. De vader heeft in hoger beroep verzocht de bestreden beschikking te vernietigen met wijziging in zoverre van de beschikking van 20 maart 2002 en voorts de door de vader te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van de zoon met ingang van 4 september 2003 op nihil te stellen, althans op een zodanig bedrag en met ingang van een zodanige datum als het hof juist acht.

De zoon heeft aanvankelijk verzocht de bestreden beschikking te bekrachtigen, doch ter terechtzitting heeft hij zijn inleidend verzoek gewijzigd, in die zin dat hij wegens de inkomensdaling van de vader per 1 juni 2004 thans verzoekt de door de vader te betalen bijdrage in zijn kosten van levensonderhoud en studie met ingang van deze datum op nihil te stellen. Ten aanzien van 4 september 2003 tot 1 juni 2004 heeft de zoon verzocht de bestreden beschikking te bekrachtigen.

Bij beschikking van 14 oktober 2004 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd voor de periode van 4 september 2003 tot 1 juni 2004. Het hof heeft voorts, met wijziging in zoverre van de beschikking van de rechtbank van 20 maart 2002, de door de vader te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van de zoon met ingang van 1 juni 2004 op nihil bepaald.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De zoon heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van de vader heeft bij brief van 2 juni 2006 op die conclusie gereageerd. Naar aanleiding van een door de plaatsvervangend Procureur-Generaal opgesteld corrigendum, heeft de advocaat van de vader bij brief van 27 juni 2006 gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 15 september 2006.