Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AY0193

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-10-2006
Datum publicatie
19-10-2006
Zaaknummer
03339/05 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AY0193
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

OM-cassatie. Beklag ex art. 552a Sv tegen kennisneming van gegevens (de uit een blackbox, retreever, van een auto uitgelezen snelheidsgegevens) die zich nog in een gesloten envelop bij de RC bevinden gegrond verklaard. HR vernietigt de bestreden beschikking onder verwijzing naar conclusie AG o.m. inhoudend: 1. Onder “kennisneming van gegevens” ex art. 552a.1 Sv moet mede worden begrepen het geval waarin de gegevens door hantering van een dwangmiddel in de macht van een met opsporing belaste functionaris zijn gekomen en deze van die gegevens kennis kan nemen, zij het dat hij daarvan afziet o.g.v. een uit een oogpunt van proportionaliteit en subsidiariteit gemaakte afspraak met een belanghebbende. Voor aanvang van de termijn waarin beklag kan worden gedaan dient het in de macht van die functionaris en aldus beschikbaar zijn voor kennisneming dan gelijk te worden gesteld met kennisnemen. 2. De Rb heeft een onjuiste uitleg gegeven aan art. 125i Sv en heeft onbegrijpelijk geoordeeld dat voor het OM geen noodzaak bestaat tot kennisneming van de gegevens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 632
NJ 2006, 592
RvdW 2006, 1008
JOW 2006, 55
VR 2007, 34

Uitspraak

17 oktober 2006

Strafkamer

nr. 03339/05 B

IV/MR

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Almelo van 19 oktober 2005, nummer RK: 05/354, op een beklag als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[klaagster] BV, gevestigd te [vestigingsplaats].

1. De bestreden beschikking

De Rechtbank heeft gegrond verklaard het door de klaagster ingediende beklag strekkende tot kennisneming of het gebruik van gegevens, als bedoeld in artikel 125i van het Wetboek van Strafvordering.

2. Geding in cassatie

2.1. Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden beschikking zal vernietigen. De conclusie is aan deze beschikking gehecht.

2.2. Na de terechtzitting waarop de conclusie van de Advocaat-Generaal is genomen, is bij de Hoge Raad ingekomen een schrijven van de raadsman van de klaagster mr. J.G. Geertsma, advocaat te Amsterdam.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Het middel klaagt dat de Rechtbank een onjuiste uitleg heeft gegeven aan het bepaalde in art. 125i (oud) Sv althans dat de bestreden beschikking ontoereikend is gemotiveerd.

3.2. Het middel slaagt op de gronden als vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 21 tot en met 38.

4. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

Vernietigt de bestreden beschikking;

Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak op het bestaande beklag opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 oktober 2006.