Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AX9704

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-10-2006
Datum publicatie
06-10-2006
Zaaknummer
R04/107HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AX9704
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Huwelijksvermogensrecht. Geschil tussen voormalige echtelieden bij de afwikkeling van hun huwelijk op grond van huwelijkse voorwaarden houdende algehele uitsluiting over overwaarde van de aan de vrouw toebehorende woning (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2006-10-06
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 573
RvdW 2006, 926
JWB 2006/329

Uitspraak

6 oktober 2006

Eerste Kamer

Rek.nr. R04/107HR

MK

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 7 november 2002 ter griffie van de rechtbank te Almelo ingediend verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die rechtbank en verzocht de echtscheiding tussen haar en verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - uit te spreken.

De man heeft bij verweerschrift tevens zelfstandig verzoek geconcludeerd tot referte van het uitspreken van de echtscheiding, verzocht de vrouw te veroordelen hem een bijdrage in de kosten van levensonderhoud van een bedrag van € 1.000,-- per maand te betalen en tevens verzocht - voorzover in cassatie van belang - partijen te veroordelen over te gaan tot verdeling dan wel verrekening van de tussen partijen bestaande vorderingen, met dien verstande dat de vrouw 50% van de overwaarde van de aan haar toebehorende echtelijke woning dient te betalen.

De rechtbank heeft bij tussenbeschikking van 4 juni 2003 onder meer echtscheiding tussen partijen uitgesproken, het verzoek van de man met betrekking tot een bijdrage in zijn levensonderhoud afgewezen en de man toegelaten tot bewijs.

De rechtbank heeft bij eindbeschikking van 19 november 2003 - voorzover in cassatie van belang - verstaan dat de huwelijkse voorwaarden zijn afgewikkeld, bepaald dat de vrouw uit dien hoofde niets meer aan de man is verschuldigd, het meer of anders verzochte afgewezen en de proceskosten gecompenseerd.

Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.

Bij beschikking van 22 juni 2004 heeft het hof de beschikkingen van de rechtbank te Almelo van 4 juni 2003 en 19 november 2003 bekrachtigd, de proceskosten in hoger beroep gecompenseerd en het meer of anders verzochte afgewezen.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 6 oktober 2006.