Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AX8887

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-03-2006
Datum publicatie
22-06-2006
Zaaknummer
K 338
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AX8887
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Beslissing 4e kamer op vordering PG HR tot verlenging schorsing raadsheer hof i.v.m. verdenking misdrijf. Gelet op het verhandelde in de eerdere raadkamers en een brief van de OvJ inhoudend dat binnenkort tot dagvaarding van betrokkene zal worden overgegaan is de HR van oordeel dat de in het arrest van 19-12-05 genoemde grond voor verlenging van de schorsing, namelijk dat er een ernstig vermoeden is voor het bestaan van feiten of omstandigheden die tot ontslag ex art. 46m.1 Wrra zouden kunnen leiden, nog onverminderd aanwezig is. Nu bij KB aan betrokkene m.i.v. 30-4-06 ontslag is verleend en hij m.i.v. die datum geen rechterlijk ambtenaar meer zal zijn ex art. 46b Wrra, zal de HR de schorsing verlengen tot 30-4-06.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 maart 2006

Vierde Kamer

SB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een vordering als bedoeld in art. 46o van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden van 8 maart 2006, tot verlenging van de schorsing als rechterlijk ambtenaar van:

[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1957 te [woonplaats], wonende te [woonplaats].

1. De vordering van de Procureur-Generaal

De Procureur-Generaal heeft schriftelijk gevorderd dat de op 7 juli 2005 door de Hoge Raad uitgesproken en op 28 september 2005 en 19 december 2005 telkens met drie maanden verlengde schorsing van de betrokkene als rechterlijk ambtenaar wederom zal worden verlengd tot 30 april 2006. Bij de vordering heeft de Procureur-Generaal de volgende stukken overgelegd:

i) een brief van 22 februari 2006 van mr. A.B. Vast, Hoofdofficier van Justitie bij het Arrondissementsparket Zwolle-Lelystad, inhoudende dat op korte termijn tot dagvaarding van de betrokkene voor een terechtzitting van de meervoudige kamer van de rechtbank te Zwolle zal worden overgegaan.

ii) een Koninklijk Besluit van 17 februari 2006, waarbij aan de betrokkene met ingang van 30 april 2006 op eigen verzoek ontslag is verleend als raadsheer in het Gerechtshof te Leeuwarden.

2. De Raadkamer

Op 13 maart 2006 is door de Hoge Raad in raadkamer een onderzoek ingesteld. De raadsman van de betrokkene mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam, heeft aan de Procureur-Generaal laten weten dat de betrokkene zich wenst te refereren aan het oordeel van de Hoge Raad en dat noch hij noch de betrokkene in raadkamer zal verschijnen.

3. Beoordeling

De betrokkene is raadsheer in het Gerechtshof te Leeuwarden en derhalve rechterlijk ambtenaar als bedoeld in art. 46b van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (hierna: Wrra). Gelet op het verhandelde in de eerdere raadkamers en het hiervoor onder 1 sub i) genoemde stuk is de Hoge Raad van oordeel dat de in het arrest van 19 december 2005 genoemde grond voor verlenging van de schorsing, namelijk dat er een ernstig vermoeden is voor het bestaan van feiten of omstandigheden die tot ontslag op grond van artikel 46m, aanhef en onder a, Wrra zouden kunnen leiden, nog onverminderd aanwezig is.

Nu bij Koninklijk Besluit van 17 februari 2006 aan de betrokkene met ingang van 30 april 2006 ontslag is verleend en hij met ingang van die datum geen rechterlijk ambtenaar meer zal zijn in de zin van art. 46b Wrra, zal de Hoge Raad de schorsing verlengen tot 30 april 2006.

4. Beslissing

De Hoge Raad verlengt de schorsing van [betrokkene], raadsheer in het Gerechtshof te Leeuwarden, als rechterlijk ambtenaar tot 30 april 2006.

Dit arrest is gewezen door de president W.J.M Davids als voorzitter, de vice-president A.G. Pos, en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, P.C. Kop en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2006.