Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AX8840

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29-09-2006
Datum publicatie
29-09-2006
Zaaknummer
C05/184HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AX8840
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Koop. Geschil tussen de verkoper en de koper van een perceel grond met een woning over de vraag of de koper had aanvaard dat de onroerende zaak bij levering was belast met het recht van een derde tot gebruik en bewoning dan wel de verkoper zich had verplicht de woning leeg en ontruimd, vrij van rechten van derden, op te leveren, uitleg van de koopovereenkomst (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2006-09-29
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 568
RvdW 2006, 905
JWB 2006/307

Uitspraak

29 september 2006

Eerste Kamer

Nr. C05/184HR

JMH/MK

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

COBS INVESTMENT B.V.,

gevestigd te Roosendaal,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. W.P. den Hertog.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: Cobs - heeft bij exploot van 23 augustus 2000 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te Breda en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. te verklaren voor recht dat de tussen Cobs en [eiser] op 10 februari 1999 gesloten overeenkomst wegens een toerekenbare tekortkoming van [eiser] per 23 december 1999, althans per 7 juli 2000 is ontbonden, althans deze overeenkomst te ontbinden;

2. [eiser] te veroordelen om in verband met het bepaalde in artikel 11.2 van de koopovereenkomst van 10 februari 1999 tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Cobs te voldoen de gefixeerde boete van ƒ 80.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 december 1999, althans vanaf 7 juli 2000, althans vanaf de dag dezer dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

3. [eiser] te veroordelen tot vergoeding van de (overige) schade die Cobs lijdt door de ontbinding van de koopovereenkomst van 10 februari 1999, deze schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

4. [eiser] te veroordelen tot terugbetaling van het voorschotbedrag van ƒ 200.000,--, vermeerderd met de daarover sedert 20 februari 1999 (de dag van betaling), althans sedert 23 december 1999, althans sedert 7 juli 2000, althans sedert de dag dezer dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening verschuldigde wettelijke rente;

5. [eiser] te veroordelen in de kosten van deze procedure.

[Eiser] heeft de vorderingen onder 1, 2, 3 en 5 bestreden en ten aanzien van het in het petitum onder 4 gevorderde geconcludeerd tot toekenning aan Cobs van een bedrag van ƒ 120.000,-- en het meer gevorderde bestreden.

Voorts heeft hij in reconventie gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

(onvoorwaardelijk)

1. te verklaren voor recht dat de tussen [eiser] en Cobs op 10 februari 1999 gesloten overeenkomst wegens toerekenbare tekortkoming van Cobs per 6 januari 2000 is ontbonden, althans deze overeenkomst te ontbinden;

2. het beslag op het depot bij de notaris op te heffen en Cobs te veroordelen de schade die is ontstaan door het leggen van het onrechtmatige beslag te vergoeden, deze schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

3. Cobs te veroordelen in de kosten ten aanzien van deze reconventionele procedure;

(voorwaardelijk)

4. Cobs te veroordelen aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting binnen veertien dagen na dagtekening van de te wijzen vonnis te betalen een bedrag van ƒ 80.000,--, te verhogen met een vertragingsrente over dit bedrag vanaf 6 januari 2000 tot aan de dag der algehele voldoening.

Cobs heeft de vorderingen in reconventie bestreden.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 19 februari 2002 in conventie en in reconventie [eiser] tot bewijslevering toegelaten.

Bij eindvonnis van 12 november 2002 heeft de rechtbank:

in conventie:

- [eiser] veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Cobs Investment te voldoen een bedrag van € 54.453,63, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag met ingang van 6 januari 2000 tot aan de dag der algehele voldoening;

- dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard;

- de proceskosten tussen partijen in die zin gecompenseerd dat elke partij zijn of haar eigen kosten draagt;

- hetgeen meer of anders is gevorderd afgewezen;

in reconventie:

- voor recht verklaard dat de tussen [eiser] en Cobs op 10 februari 1999 gesloten overeenkomst wegens toerekenbare tekortkoming van Cobs per 6 januari 2000 is ontbonden;

- het beslag opgeheven op het depot bij de notaris, voor zover dat beslag is gelegd voor meer dan hetgeen Cobs op grond van dit vonnis op de dag van de uitspraak te vorderen heeft, vermeerderd met een percentage van 20% over de hoofdsom van € 54.453,63 ter zake van nog te vervallen rente en kosten voor het geval niet onverwijld na deze uitspraak tot betaling uit het depot kan worden overgegaan;

- de proceskosten tussen partijen in die zin gecompenseerd dat elke partij zijn of haar eigen kosten draagt.

Tegen het eindvonnis heeft Cobs hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. [Eiser] heeft voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij tussenarrest van 20 april 2004 heeft het hof [eiser] tot bewijslevering toegelaten.

Het hof heeft bij eindarrest van 15 maart 2005 in het principaal appel het eindvonnis van de rechtbank zowel in conventie als in reconventie vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen van Cobs in conventie toegewezen, de vorderingen van [eiser] in reconventie afgewezen, [eiser] in conventie en in reconventie in de proceskosten van beide instanties veroordeeld, dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het eindvonnis voor het overige bekrachtigd. In het incidenteel appel heeft het hof het tussenvonnis van de rechtbank van 19 februari 2002 bekrachtigd en [eiser] in de proceskosten van het hoger beroep veroordeeld.

Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen beide arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het anticipatie-exploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Cobs heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Cobs begroot op € 1161,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 29 september 2006.