Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AX3934

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-06-2006
Datum publicatie
19-07-2007
Zaaknummer
02786/05 H
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AX3934
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 juni 2006

Strafkamer

nr. 02786/05 H

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage van 17 januari 2005, nummer 09/165600-04, ingediend door mr. S.M.C. van Beek, advocaat te 's-Gravenhage, namens:

[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, wonende te [woonplaats].

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg staan zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden", gepleegd op 29 januari 2004 te 's-Gravenhage met het motorrijtuig voorzien van het kenteken [00-AA-BB], veroordeeld tot een geldboete van € 490,-, subsidiair negen dagen hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van vier maanden.

2. De aanvrage tot herziening

2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat hij het feit niet heeft begaan en dat een ander zich van zijn personalia heeft bediend.

3. De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op de voet van art. 467 Sv zal worden behandeld en afgedaan.

4. Beoordeling van de aanvrage

4.1. Als bijlagen zijn bij de aanvrage onder meer gevoegd:

(i) een verklaring van 29 september 2005 van S. Isrie, onder meer inhoudende:

"Ondergetekende, [betrokkene 1] (...)

Verklaart: Dat hij op 29 januari 2004, om 14:51 uur door de politie Haaglanden, bureau Zuiderpark, is aangehouden i.v.m. het rijden in de niet verzekerde personenauto met het kenteken [00-AA-BB].

Ondergetekende heeft toen niet aan de verbalisant zijn eigen persoonsgegevens bekend gemaakt, maar de persoonsgegevens van zijn zwager, [aanvrager] wonende te [a-straat 1] te [woonplaats] ([geboortedatum]-'74).

Ondergetekende beseft dat hij door zo te handelen misbruik heeft gemaakt van de persoonsgegevens van [aanvrager], die daardoor voor het betreffende strafbare feit ten onrechte, inmiddels onherroepelijk, is veroordeeld door de kantonrechter te 's-Gravenhage bij vonnis van 17 jan. 2005 onder parketnummer 09/165600/04."

(ii) een kopie van een 'billet de sortie' van het Franse Ministère de la Justice (Direction de l'administration pénitentiaire) van 30 januari 2004, inhoudende, zakelijk weergegeven, dat de aanvrager vanaf 26 juli 2003 in Frankrijk gedetineerd was en dat hij op 30 januari 2004 in vrijheid is gesteld.

4.2. Naar aanleiding van de aanvrage is op verzoek van de Advocaat-Generaal Knigge door de Directie Personenverkeer, Migratie en Vreemdelingen Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken een onderzoek ingesteld. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in een brief van J. Alderliesten, hoofd van de afdeling Documentenverkeer en Fraudebestrijding van genoemde Directie, van 29 maart 2006. Die brief houdt, voorzover hier van belang, in:

"Volgens bijgaande verklaring van de directeur van de gevangenis te Longuenesse (Frankrijk) is [aanvrager], geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats], gedetineerd geweest te C.P. Longuenesse van 26 juli 2003 t/m 30 januari 2004."

4.3. De inhoud van de hiervoor onder 4.1 en 4.2 genoemde stukken geeft steun aan de stelling waarop de aanvrage berust, te weten dat in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak waarvan herziening is gevraagd, sprake is geweest van een persoonsverwisseling. Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Kantonrechter, ware deze met de evenvermelde feiten en omstandigheden bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.

5. Slotsom

Uit het vorenoverwogene volgt dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage gegrond is en als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

Verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;

Beveelt voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage van 17 januari 2005;

Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 20 juni 2006.