Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AX1636

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-09-2006
Datum publicatie
08-09-2006
Zaaknummer
R05/087HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AX1636
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over uitbreiding van een omgangsregeling tussen de vader en minderjarige kinderen; onbegrijpelijke beslissing tot gedeeltelijk afwijzing van het uitbreidingsverzoek, kennelijke vergissing van de appelrechter, HR doet zelf de zaak af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 496
RvdW 2006, 796
JWB 2006/275

Uitspraak

8 september 2006

Eerste Kamer

Rek.nr. R05/087HR

RM/MK

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vader],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[De moeder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij beschikking van de rechtbank te Groningen van 16 maart 2004 is tussen verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - en verweerster in cassatie - verder te noemen: de moeder - echtscheiding uitgesproken en is tussen de vader en de minderjarige kinderen van partijen, [de dochter] en [de zoon], een omgangsregeling vastgesteld. De rechtbank heeft voorts iedere overige beslissing terzake de omgangsregeling met de kinderen aangehouden en de zaak naar de rol verwezen teneinde de vader in de gelegenheid te stellen zich bij akte nader uit te laten over een door de vader verzochte uitbreiding van de omgangsregeling.

Nadat de vader op 23 maart 2004 een akte had genomen, heeft de rechtbank bij beschikking van 20 april 2004 beslist dat de vader is gerechtigd (naast de bij de beschikking van 16 maart 2004 vastgestelde omgangsregeling) de kinderen van partijen, zodra beide kinderen naar de basisschool gaan een weekend per veertien dagen en twee weken in de zomervakantie bij zich te ontvangen.

Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. De vader heeft in hoger beroep verzocht de beschikking van de rechtbank van 20 april 2004 te vernietigen en, opnieuw beslissende, te bepalen dat de vader naast de bij beschikking van de rechtbank van 16 maart 2004 vastgestelde omgangsregeling, gerechtigd is de kinderen gedurende een weekend per twee weken en twee aaneengesloten weken in de zomervakantie bij zich te ontvangen zodra [de dochter] naar de basisschool gaat.

Bij beschikking van 30 maart 2005 heeft het hof de beschikking waarvan beroep vernietigd en, opnieuw beslissende, tussen de vader en de minderjarigen [de dochter] en [de zoon] een omgangsregeling vastgesteld in die zin dat de vader, naast de bij de beschikking van 16 maart 2004 vastgestelde omgangsregeling, gerechtigd is de minderjarigen bij zich te ontvangen een weekend per veertien dagen zodra [de dochter] naar de basisschool gaat.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De moeder heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot afdoening van de zaak door de Hoge Raad in voege als weergegeven onder 11 van de conclusie.

3. Beoordeling van het middel

3.1 Partijen zijn op 2 april 2001 met elkaar gehuwd. Uit het huwelijk van partijen zijn twee kinderen geboren, [de dochter] op [geboortedatum] 2001 en [de zoon] op [geboortedatum] 2003. Bij beschikking van 16 maart 2004 heeft de rechtbank op verzoek van de moeder echtscheiding uitgesproken. De echtscheidingsbeschikking is op 28 juni 2004 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

3.2 Bij beschikkingen van 16 maart 2004 en 20 april 2004 heeft de rechtbank een omgangsregeling tussen de vader en de kinderen vastgesteld, inhoudende dat de vader gerechtigd is de kinderen een dag per week op een zaterdag of zondag van 10.00 tot 17.00 uur bij zich te ontvangen. Voorts is de vader gerechtigd de kinderen een weekend per veertien dagen en twee weken in de zomervakantie bij zich te ontvangen zodra beide kinderen naar de basisschool gaan.

3.3 De vader heeft hoger beroep ingesteld. De vader heeft het hof verzocht de beschikking van 20 april 2004 te vernietigen en, opnieuw beslissende, te bepalen dat de vader, naast de bij de beschikking van de rechtbank van 16 maart 2004 vastgestelde omgangsregeling, gerechtigd is om de kinderen gedurende een weekend per twee weken en twee aaneengesloten weken in de zomervakantie bij zich te ontvangen zodra [de dochter] naar de basisschool gaat. De moeder heeft een verweerschrift ingediend, waarbij zij het verzoek van de vader heeft bestreden. Zij heeft het hof verzocht de vader in zijn appel niet-ontvankelijk te verklaren, althans hem het verzoek te ontzeggen onder bekrachtiging van de beschikking waarvan beroep.

3.4 Bij beschikking van 30 maart 2005 heeft het hof overwogen dat in het belang van de kinderen de omgangsregeling spoedig dient te worden uitgebreid naar een weekendregeling. Derhalve is het hof van oordeel dat de weekendregeling moet ingaan vanaf het moment dat [de dochter] de basisschool zal gaan bezoeken. Het hof heeft vervolgens de beschikking waarvan beroep vernietigd en tussen de vader en de kinderen een omgangsregeling vastgesteld in die zin dat de vader, naast de bij de beschikking van 16 maart 2004 vastgestelde omgangsregeling, gerechtigd is de minderjarigen bij zich te ontvangen een weekend per veertien dagen zodra [de dochter] naar de basisschool gaat.

3.5.1 Onder aanvoering van één middel is de vader tegen de beschikking van het hof in cassatie gekomen. Het middel klaagt dat het verzoek van de vader in hoger beroep tevens inhield dat ook de zomervakantieregeling zou gaan gelden zodra [de dochter] naar de basisschool zou gaan. Op dit onderdeel van het verzoek heeft het hof geen beslissing gegeven zodat de beschikking van het hof niet naar de eisen der wet met voldoende redenen is omkleed, aldus de klacht.

3.5.2 Uit het dictum van de bestreden beschikking volgt dat het hof het onderdeel van het verzoek van de vader dat betrekking heeft op de omgangsregeling in de zomervakantie niet heeft toegewezen. Uit de overwegingen van het hof volgt echter niet waarom het hof dit onderdeel van het verzoek van de vader niet toewijsbaar heeft geoordeeld. Aangezien partijen slechts verdeeld waren over het tijdstip waarop de uitbreiding van de omgangsregeling zou moeten ingaan heeft het hof, kennelijk dit punt over het hoofd gezien.

3.6 Nu in het dictum het bedoelde onderdeel van het verzoek van de vader niet is toegewezen kan de bestreden beschikking niet in stand blijven. De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de beschikking van het gerechtshof te Leeuwarden van 30 maart 2005, doch uitsluitend voorzover het hof in het dictum een (nadere) omgangsregeling heeft bepaald, en, in zoverre opnieuw rechtdoende, stelt de volgende omgangsregeling vast:

de vader is, naast de bij de beschikking van 16 maart 2004 vastgestelde omgangsregeling, gerechtigd de kinderen van partijen, [de dochter] en [de zoon], een weekend per veertien dagen en twee aaneengesloten weken in de zomervakantie bij zich te ontvangen zodra [de dochter] naar de basisschool gaat.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 8 september 2006.