Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AX1578

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-09-2006
Datum publicatie
01-09-2006
Zaaknummer
C05/144HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AX1578
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Geschil tussen een handelsbedrijf in bloembollen en de aandeelhouder van een veredelingsbedrijf naar aanleiding van een vermeende overname van een ‘bloembollenkraam’ (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2006-09-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 484
RvdW 2006, 778
JWB 2006/263

Uitspraak

1 september 2006

Eerste Kamer

Nr. C05/144HR

JMH/MK

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

M.J. HOLDING B.V.,

gevestigd te Sassenheim,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. H.J.A. Knijff.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: M.J. Holding - heeft bij exploot van 28 april 2000 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de rechtbank te Alkmaar en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, primair de overeenkomst van april 1999 gedeeltelijk te ontbinden, subsidiair deze gedeeltelijk te vernietigen, althans de koopsom te verminderen met in ieder geval ƒ 6.000.000,--, althans deze zodanig te wijzigen dat M.J. Holding in de positie wordt gebracht waarin zij bij een juiste voorstelling van zaken zou hebben verkeerd en [verweerder] te veroordelen om aan M.J. Holding te voldoen de schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 mei 1999, althans vanaf 19 maart 2000, althans vanaf het moment van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.

[Verweerder] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 1 maart 2001 beide partijen tot bewijslevering toegelaten. Na gehouden enquête en pleidooi heeft de rechtbank bij eindvonnis van 4 juni 2003 de vordering afgewezen.

Tegen beide vonnissen heeft M.J. Holding hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij memorie van grieven heeft M.J. Holding haar eis gewijzigd en gevorderd dat het hof de vonnissen waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de overeenkomst van april 1999 gedeeltelijk zal ontbinden, althans subsidiair gedeeltelijk zal vernietigen, in dier voege dat het hof de koopsom vermindert met in ieder geval ƒ 6.000.000,--, althans de koopsom met in ieder geval dat bedrag naar beneden wijzigt, waardoor M.J. Holding in de positie wordt gebracht waarin zij bij een juiste voorstelling van zaken zou hebben verkeerd en [verweerder] zal veroordelen tot het eerder bedoelde bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente, aan M.J. Holding te voldoen, subsidiair [verweerder] zal veroordelen aan M.J. Holding te voldoen de schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en [verweerder] zal veroordelen daarop een voorschot te betalen aan M.J. Holding van het Euro-equivalent van ƒ 6.000.000,--, één en ander te vermeerderen met de wettelijke rente.

Bij arrest van 20 januari 2005 heeft het hof de bestreden vonnissen bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft M.J. Holding beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor M.J. Holding toegelicht door haar advocaat en voor [verweerder] namens zijn advocaat door mr. B. Winters, advocaat te Amsterdam.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt M.J. Holding in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.171,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 september 2006.