Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AX1560

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-09-2006
Datum publicatie
22-09-2006
Zaaknummer
C05/081HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AX1560
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Landinrichtingswet; vordering tot herroeping ex art. 382 Rv. van een vonnis tot afwijzing van bezwaren tegen plan van toedeling, geen doorbreking rechtsmiddelenverbod ex art. 186 LiW.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 388, geldigheid: 2006-09-22
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 534
RvdW 2006, 883
JWB 2006/300

Uitspraak

22 september 2006

Eerste Kamer

Nr. C05/081HR

MK

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

1. de procesbevoegdheid bezittende LANDINRICHTINGSCOMMISSIE VOOR DE RUILVERKAVELING "MARSHOEK-HOONHORST",

gevestigd te Zwolle,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M.W. Scheltema,

2. [Belanghebbende 2],

3. [Belanghebbende 3],

beiden wonende te [woonplaats],

BELANGHEBBENDEN in cassatie,

niet verschenen,

4. [Belanghebbende 4],

wonende te [woonplaats],

BELANGHEBBENDE in cassatie,

advocaat: mr. R.F. Thunnissen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 27 mei 2003 respectievelijk 24 juni 2003 verweerster in cassatie sub 1 - verder te noemen: de Landinrichtingscommissie - respectievelijk belanghebbenden in cassatie sub 2 tot en met 4 - verder te noemen: achtereenvolgens (in enkelvoud) [belanghebbende 2 t/m 4] - gedagvaard voor de rechtbank te Zwolle en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis van de rechtbank te Zwolle van 27 februari 2002, zaaknummer 66699/HA RK 01 - 159, in welk vonnis de bezwaren van [eiser] tegen het Plan van Toedeling van de ruilverkaveling "Marshoek-Hoonhorst" deels zijn afgewezen, te herroepen met veroordeling van de Landinrichtingscommissie in de kosten van het geding, daaronder begrepen die van eventuele getuigen en/of deskundigen, met bepaling dat deze kosten binnen zeven dagen na het te wijzen vonnis moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan de Landinrichtingscommissie tevens wettelijke rente over deze kosten zal zijn verschuldigd.

De Landinrichtingscommissie, [belanghebbende 2 t/m 4] hebben de vordering bestreden en primair gevorderd [eiser] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, subsidiair deze af te wijzen.

De rechtbank heeft bij vonnis van 26 november 2003 [belanghebbende 4] niet-ontvankelijk verklaard in zijn incidentele vordering tot voeging in de procedure.

Zij heeft bij vonnis van 12 januari 2005 de vordering van [eiser] afgewezen en hem uitvoerbaar bij voorraad in de kosten van het geding veroordeeld.

Het vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De Landinrichtingscommissie heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaardingen en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

[Eiser] en de Landinrichtingscommissie hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

[belanghebbende 4] heeft primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het beroep en subsidiair tot verwerping van het beroep.

Tegen de niet verschenen [belanghebbende 2 t/m 3] is verstek verleend.

De zaak is voor [eiser], de Landinrichtingscommissie en [belanghebbende 4] toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt in het principale beroep tot verwerping en in het incidentele beroep tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot afdoening van de zaak door de Hoge Raad in voege als is weergegeven onder 14.

3. Beoordeling van het middel in het incidentele beroep

3.1 De Hoge Raad ziet aanleiding eerst het middel in het incidentele beroep te behandelen, aangezien dit van de verste strekking is.

3.2 De klachten van het middel keren zich tegen het oordeel van de rechtbank, dat [eiser] ontvankelijk is in zijn vordering tot herroeping van het hiervoor onder 1 vermelde toedelingsvonnis van de rechtbank Zwolle van 27 februari 2002. Zij treffen doel op grond van hetgeen is overwogen in HR 23 december 2005, nr. C04/231, RvdW 2006, 15.

3.3 Het voorgaande brengt mee dat het bestreden vonnis niet in stand kan blijven. De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen door [eiser] alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering tot herroeping.

4. Beoordeling van het middel in het principale beroep

Gelet op hetgeen is overwogen en beslist in het incidentele beroep heeft [eiser] geen belang bij de klachten van het middel.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Landinrichtingscommissie begroot op € 362,34 aan verschotten en € 1.100,-- voor salaris en aan de zijde van [belanghebbende 4] begroot op € 362,34 aan verschotten en € 1.100,-- voor salaris;

in het incidentele beroep:

vernietigt het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 12 januari 2005, behoudens ten aanzien van de veroordeling in de kosten;

verklaart [eiser] alsnog niet-ontvankelijk in zijn vordering tot herroeping van het vonnis van de rechtbank Zwolle van 27 februari 2002;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Landinrichtingscommissie begroot op € 68,07 aan verschotten en € 1.300,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 22 september 2006.