Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AW9383

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-09-2006
Datum publicatie
01-09-2006
Zaaknummer
R05/067HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AW9383
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Ipr. Nederlandse rechter onbevoegd kennis te nemen van verzoek echtscheiding uit te spreken tussen - op Nederlandse ambassade te Abu Dhabi gehuwde - Nederlandse man en Thaise vrouw; gewone verblijfplaats in de zin van art. 2 Brussel II-Verordening (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2006-09-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2006/136 met annotatie van AEO
JOL 2006, 475
RvdW 2006, 769
JWB 2006/264

Uitspraak

1 september 2006

Eerste Kamer

Rek.nr. R05/067HR

JMH/RM

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende althans geregistreerd te [plaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. K. Mohassel Zadeh,

t e g e n

[De vrouw],

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 8 augustus 2003 gedateerd verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot de rechtbank te Leeuwarden en verzocht tussen hem en verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - echtscheiding uit te spreken.

De vrouw is niet in rechte verschenen.

De rechtbank heeft bij beschikking van 24 maart 2004 zich onbevoegd verklaard van het verzoekschrift kennis te nemen.

Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.

Bij beschikking van 16 februari 2005 heeft het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw is in cassatie niet verschenen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 september 2006.