Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AV9373

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30-06-2006
Datum publicatie
30-06-2006
Zaaknummer
C05/070HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AV9373
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Geschil tussen een gemeente – als opdrachtgeefster voor de bouw van een parkeergarage onder door een derde te bouwen kantoortorens – en een telecommunicatiebedrijf over de vraag wie de kosten dient te dragen die zijn gemaakt ter vermijding van het risico van breuk van kabels als gevolg van bouwwerkzaamheden (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 434
RvdW 2006, 682
JWB 2006/235
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

30 juni 2006

Eerste Kamer

Nr. C05/070HR

JMH/RM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

DE GEMEENTE EINDHOVEN,

gevestigd te Eindhoven,

EISERES tot cassatie,

incidenteel verweerster,

advocaat: mr. M.E. Gelpke,

t e g e n

KPN TELECOM B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

VERWEERSTER in cassatie,

incidenteel eiseres,

advocaat: mr. G. Snijders.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: de Gemeente - heeft bij exploot van 8 juli 1999 verweerster in cassatie - verder te noemen: KPN - op verkorte termijn gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

a KPN te veroordelen tot vergoeding van alle schade en kosten die de Gemeente heeft geleden, lijdt en nog zal lijden ten gevolge van het handhaven van het kabelbed van KPN op de bouwlocatie van het Kennedy Business Center te Eindhoven, thans geraamd op ƒ 7,7 miljoen, voor zover nodig op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wette1ijke rente vanaf de dag van deze dagvaarding;

b te verklaren voor recht dat KPN de Gemeente dient te vrijwaren voor aanspraken van derden die het gevolg zijn van of verband houden met het handhaven van het kabelbed van KPN op voormelde bouwlocatie;

c indien nodig ter toewijzing van het onder a en/of b gevorderde, de gevolgen van de tussen de Gemeente en KPN gesloten overeenkomst betreffende de handhaving van het kabelbed van KPN op voormelde bouwlocatie te wijzigen, aldus dat KPN (i) de schade en kosten draagt die de Gemeente heeft geleden, lijdt en nog zal lijden, en (ii) de Gemeente vrijwaart voor aanspraken van derden, ten gevolge van het handhaven van het kabelbed van KPN op voormelde bouwlocatie;

d KPN Telecom te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten van de Gemeente ten bedrage van ƒ 85.000,-- alsmede in de kosten van deze procedure.

KPN heeft de vorderingen bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 28 juni 2000 de vorderingen afgewezen en de Gemeente veroordeeld in de kosten van deze procedure.

Tegen het vonnis heeft de Gemeente hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij memorie van grieven heeft de Gemeente gevorderd voormeld vonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, met wijziging en vermeerdering van eis gevorderd bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

A. KPN alsnog te veroordelen tot vergoeding van alle schade en kosten die de Gemeente heeft geleden, lijdt en nog zal lijden ten gevolge van het handhaven van het kabelbed van KPN op de bouwlocatie van het Kennedy Business Center te Eindhoven, welke schade en kosten nog dient dan wel dienen te worden opgemaakt bij staat en te worden vereffend volgens de wet, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding in eerste instantie tot aan de dag van de algehele voldoening;

althans subsidiair KPN alsnog te veroordelen tot vergoeding van alle schade en kosten die de Gemeente heeft geleden, lijdt en nog zal lijden:

(i) ten gevolge van de handhaving van het kabelbed in het algemeen en/of

(ii) ten gevolge van de gehanteerde nultolerantie-eis en/of

(iii) ten gevolge van de hogere ligging van het kabelbed in de oosthoek van het Kennedy Business Center en/of

(iv) ten gevolge van of samenhangend met het incident in augustus 1998 en/of

(v) ten gevolge van de ontstane vertraging bij de bouw,

(vi) ten gevolge van interne kosten en kosten van juridische begeleiding in verband met handhaving van het kabelbed in het algemeen en de overige daarmee samenhangende kwesties als aangegeven sub (ii) tot en met (v), welke schade dan wel kosten nog dient dan wel dienen te worden opgemaakt bij staat en te worden vereffend volgens de wet, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding in eerste instantie tot aan de dag der algehele voldoening;

B. te verklaren voor recht dat KPN de Gemeente dient te vrijwaren voor aanspraken van derden die het gevolg zijn van of verband houden met het handhaven van het kabelbed van KPN op de bouwlocatie van het Kennedy Business Center te Eindhoven;

C. indien nodig ter toewijzing van het onder A. en B. gevorderde, de gevolgen van de tussen de Gemeente en KPN gesloten overeenkomst betreffende de handhaving van het kabelbed van KPN op de bouwlocatie van het Kennedy Business Center te Eindhoven te wijzigen, aldus dat KPN (i) de schade en kosten draagt die de Gemeente heeft geleden, lijdt en nog zal lijden een en ander zoals uitgesplitst aangegeven onder A. van het petitum, en (ii) de Gemeente vrijwaart voor aanspraken van derden ten gevolge van het handhaven van het kabelbed van KPN op de bouwlocatie van het Kennedy Business Center te Eindhoven;

D. KPN te veroordelen aan de Gemeente te voldoen de buitengerechtelijke kosten, welke kosten dienen te worden opgemaakt bij staat en te worden vereffend volgens de wet, voor wat betreft de buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding in eerste instantie tot aan de dag van de algehele voldoening, en voor wat betreft de overige kosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van deze memorie (11 april 2002);

E. KPN te veroordelen in de kosten van beide instanties.

Bij arrest van 11 november 2004 heeft het hof het bestreden vernietigd en, opnieuw rechtdoende:

- KPN veroordeeld tot vergoeding van alle schade en kosten, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, die de Gemeente heeft geleden, lijdt en nog zal lijden ten gevolge van het handhaven van het kabelbed van KPN op de bouwlocatie van het Kennedy Business Centre, voor zover het betreft de schade en kosten die voortvloeien uit het telkens resoluut van de hand wijzen van nader overleg over de kosten van de bouwkundige voorzieningen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van de inleidende dagvaarding;

- de proceskosten van de eerste aanleg en van het hoger beroep tussen partijen gecompenseerd, en

- het meer of anders gevorderde afgewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de Gemeente beroep in cassatie ingesteld. KPN heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord, tevens houdende het incidenteel beroep, zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het principaal en het incidenteel cassatieberoep.

3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van KPN begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;

in het incidentele beroep:

verwerpt het beroep;

veroordeelt KPN in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 45,38 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst, als voorzitter, en de raadsheren O. de Savornin Lohman, J.C. van Oven, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 30 juni 2006.