Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AV7389

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-04-2006
Datum publicatie
14-04-2006
Zaaknummer
R05/078HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AV7389
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Geschil tussen ex-echtelieden over de op verzoek van de vrouw uitgesproken echtscheiding wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2006-04-14
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 230
RvdW 2006, 394
JWB 2006/128

Uitspraak

14 april 2006

Eerste Kamer

Rek.nr. R05/078HR

JMH/RM

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 11 mei 2003 ter griffie van de rechtbank te 's-Hertogenbosch ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die rechtbank en - voor zover in cassatie nog van belang - verzocht echtscheiding tussen haar en verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - uit te spreken.

De man heeft het verzoek bestreden.

De rechtbank heeft bij beschikking van 28 september 2004 onder meer echtscheiding tussen partijen uitgesproken.

Tegen deze beschikking heeft de man wat de beslissing omtrent de echtscheiding betreft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij beschikking van 16 maart 2005 heeft het hof voormelde beschikking van de rechtbank bekrachtigd.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 14 april 2006.