Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AV6062

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-06-2006
Datum publicatie
09-06-2006
Zaaknummer
R05/009HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AV6062
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2004:AR4388
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Geschil over de toelaatbaarheid van bijstandsverhaal door een gemeente in een geval waar mede ten behoeve van haar minderjarig kind aan de moeder een bijstandsuitkering is verstrekt terwijl de vader alimentatieplichtig is; ontvankelijkheid van gemeente, voorbereidende werkzaamheden tot nemen van het verhaalsbesluit c.a. door medewerkers van een private onderneming (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 353
RvdW 2006, 595
JWB 2006/195
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

9 juni 2006

Eerste Kamer

Rek.nr. R05/009HR

MK/JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

DE GEMEENTE MOOK EN MIDDELAAR,

gevestigd te MOOK,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. Sluysmans.

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij beschikking van 11 november 1999 heeft de rechtbank te Arnhem echtscheiding uitgesproken tussen verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - en zijn echtgenote [de vrouw] - verder te noemen: de vrouw - en onder meer bepaald dat [verzoeker] maandelijks aan haar een bedrag van ƒ 250,-- dient bij te dragen in de kosten van de verzorging en opvoeding van hun minderjarige kind [het kind].

Aan de vrouw is, mede ten behoeve van het kind, met ingang van 1 maart 2000 door verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - een bijstandsuitkering verstrekt.

Met een op 5 april 2002 ter griffie van de rechtbank te Roermond ingediend verzoekschrift heeft de Gemeente zich gewend tot die rechtbank en onder meer verzocht, in afwijking van de door de rechtbank te Arnhem bij uitspraak van 11 november 1999 vastgestelde onderhoudsbijdrage, naast de reeds bestaande kinderbijdrage van € 122,58 per maand ten behoeve van het kind een aanvullende bijdrage van € 440,96 per maand vast te stellen en ten behoeve van de vrouw een bijdrage van € 441,70 per maand.

[Verzoeker] heeft het verzoek bestreden en heeft primair verzocht de Gemeente niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek.

De rechtbank heeft bij tussenbeschikking van 19 september 2002 het door [verzoeker] gedane verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de Gemeente in haar verzoekschrift verworpen en de behandeling van het verzoekschrift tot een nadere terechtzitting aangehouden.

Bij eindbeschikking van 17 maart 2004 heeft de rechtbank het door [verzoeker], naast de bij uitspraak van de rechtbank te Arnhem van 11 november 1999 aan hem opgelegde bijdrage ten behoeve van het kind, aan de Gemeente verschuldigde verhaalsbedrag met ingang van 1 mei 2004 op € 150,-- per maand bepaald, de proceskosten tussen partijen gecompenseerd, deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte afgewezen.

Tegen beide beschikkingen heeft [verzoeker] ter zake van de ontvankelijkheid van de Gemeente hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij beschikking van 14 oktober 2004 heeft het hof de beschikkingen van de rechtbank te Roermond van 19 september 2002 en 17 maart 2004, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, bekrachtigd.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Gemeente heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 333,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, P.C. Kop, E.J. Numann en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 juni 2006.