Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AV6036

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21-04-2006
Datum publicatie
21-04-2006
Zaaknummer
C05/130HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AV6036
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Geschil tussen aandeelhouders in een software-consultancybedrijf over de door één van hen bij een management buy-out beweerdelijk misgelopen provisie voor bijstand bij onderhandelingen met overnamekandidaten (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2006-04-21
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 270
RvdW 2006, 426
JWB 2006/144

Uitspraak

21 april 2006

Eerste Kamer

Nr. C05/130HR

JMH/RM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. de vennootschap naar Brits recht EFGH CORPORATE FINANCE LIMITED,

gevestigd te Edinburgh, Schotland,,

2. [Eiser 2],

wonende te [woonplaats], Schotland,

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. J.D. Boetje,

t e g e n

1. [Verweerder 1],

wonende te [woonplaats],

2. [Verweerder 2],

wonende te [woonplaats],

3. [Verweerder 3],

wonende te [woonplaats],

4. [Verweerder 4],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eisers tot cassatie - verder te noemen: EFGH c.s. - hebben bij exploot van 22 juni 1999 verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - gedagvaard voor de rechtbank te Breda en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut, [verweerder] c.s. te veroordelen, des dat de een betalende de ander is gekweten, aan EFGH c.s. te betalen de hoofdsom van ƒ 450.000,--, de buitengerechtelijke incassokosten van ƒ 19.160,-- en de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 13 mei tot 11 juni 1999 van ƒ 2.216,70, hierna p.m., derhalve in totaal een bedrag van ƒ 486.376,70, vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 11 juni 1999 tot aan de dag der algehele voldoening.

[Verweerder] c.s. hebben de vorderingen bestreden.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 14 maart 2000 EFGH c.s. tot bewijslevering toegelaten, bij tussenvonnis van 28 augustus 2001 [verweerder] c.s. in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen te verstrekken over de overnamesom, en bij tussenvonnissen van 26 maart 2002 en 22 oktober 2002 de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een conclusie respectievelijk voor het nemen van een akte tot het in het geding brengen van stukken door [verweerder] c.s.

Bij eindvonnis van 4 juni 2003 heeft de rechtbank de vorderingen van EFGH c.s. afgewezen en EFGH c.s. in de kosten van de procedure aan de zijde van [verweerder] c.s. veroordeeld.

Tegen het eindvonnis hebben EFGH c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij arrest van 21 december 2004 heeft het hof het vonnis van de rechtbank te Breda van 4 juni 2003 bekrachtigd en EFGH c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep veroordeeld.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben EFGH c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de niet verschenen [verweerder] c.s. is verstek verleend.

De zaak is voor EFGH c.s. toegelicht door hun advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt EFGH c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, P.C. Kop en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 21 april 2006.