Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AV5228

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-04-2006
Datum publicatie
07-04-2006
Zaaknummer
C02/164HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AV5228
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Vervolg op HR 2 april 2004, NJ 2006, 71 en HR 8 juli 2005, NJ 2006, 72; geschil tussen partijen bij een overeenkomst tot verkoop van een appartementsrecht over de medewerking van verkoper aan de splitsing en daarop volgende levering van het pand; matiging van boetebeding (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2006-04-07
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 214
RvdW 2006, 373

Uitspraak

7 april 2006

Eerste Kamer

Nr. C02/164HR

RM/JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

EISER tot cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. R.G.E. de Vries,

thans mr. J.G. Pherai,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. U.W.G. Thöle.

1. Het verloop van het geding

Voor het verloop van het geding tot dusver tussen eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - en verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - verwijst de Hoge Raad naar zijn tussenarresten van 2 april 2004, NJ 2006, 71, en 8 juli 2005, NJ 2006, 72. Bij laatstgenoemd tussenarrest heeft de Hoge Raad de bij exploot van 17 april 2003 gedane aanzegging van schorsing en hervatting van de onderhavige procedure ongeldig en zonder gevolg verklaard en de zaak verwezen naar de rol van 2 september 2005 voor dagbepaling conclusie.

De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 301,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 7 april 2006.