Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AV4196

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-04-2006
Datum publicatie
19-07-2007
Zaaknummer
03367/05 H
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AV4196
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11 april 2006

Strafkamer

nr. 03367/05 H

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 17 december 2001, nummer 15/056401-01, ingediend door mr. A.W.A.P. Doesburg advocaat te Breda namens: [aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, domicilie kiezende te Breda.

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is" veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf.

2. De aanvrage tot herziening

2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat hij het feit niet heeft begaan en dat dactyloscopisch onderzoek heeft uitgewezen dat een ander zich van zijn personalia heeft bediend.

3. De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.

4. Beoordeling van de aanvrage

4.1. Als bijlage bij de aanvrage is gevoegd een brief van 17 november 2005 van de Officier van Justitie mr. J.C. Horzinek, verbonden aan het arrondissementsparket te Haarlem, aan de Afdeling Bevolking van de Penitentiaire Inrichting Schutterswei, onder meer inhoudende:

"Hierdoor verzoek ik u onmiddellijk in vrijheid te stellen [aanvrager], geboren op [geboortedatum] 1980 die ter fine van de executie van een oud vonnis thans bij u zit.

Er blijkt sprake te zijn van een ander, die op naam van deze persoon is veroordeeld. Een en ander is vastgesteld door vergelijking van het dactyloscopisch signalement."

4.2. De inhoud van de hiervoor onder 4.1 genoemde brief geeft steun aan de stelling waarop de aanvrage berust, te weten dat in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak waarvan herziening is gevraagd, sprake is geweest van een persoonsverwisseling.

4.3. Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Politierechter, ware deze met de evenvermelde feiten en omstandigheden bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.

5. Slotsom

Uit het vorenoverwogene volgt dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage gegrond is en als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

Verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;

Beveelt voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 17 december 2001;

Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 11 april 2006.