Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AV3019

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24-03-2006
Datum publicatie
24-03-2006
Zaaknummer
C05/025HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AV3019
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2004:AS4514
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Geschil tussen ex-echtelieden, die onder huwelijkse voorwaarden met algehele uitsluiting waren gehuwd geweest, over de nakoming van een overeenkomst uit hoofde waarvan de vrouw tegen betaling door de man van een geldsom de mede-eigendom in de voormalige echtelijke woning zou overdragen en zij afstand deed van haar aandeel in de levensverzekeringen en aanspraak op partneralimentatie; terugvordering van onverschuldigd betaalde alimentatie (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 182
RvdW 2006, 317
JWB 2006/97
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

24 maart 2006

Eerste Kamer

Nr. C05/025HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. M.L. Kleyn,

t e g e n

[Verweerster],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. P.C.M. van Schijndel.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - heeft bij exploot van 25 januari 2002 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Hertogenbosch en na wijziging van eis gevorderd:

1. [eiser] te bevelen om binnen dertig dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis mee te werken aan de overdracht van het aandeel van [verweerster] in de onroerende zaak, kadastraal bekend gemeente Schijndel, sectie [A] [001], bij notariële akte ten overstaan van de in het petitum van de dagvaarding genoemde notaris op verbeurte van een dwangsom van € 500,-- per dag waarop [eiser] in strijd handelt met dat gegeven bevel;

2. [eiser] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [verweerster] en tegelijk bij de overdracht als onder 1 van dit petitum omschreven te betalen de overeengekomen prijs van ƒ 360.000,-- (€ 163.360,88), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2001 tot aan de dag der algehele voldoening en de buitengerechtelijke kosten van ƒ 2.000,-- (€ 907,56), en

3. [eiser] te veroordelen in de kosten van dit geding.

[Eiser] heeft de vordering bestreden en van zijn kant in reconventie gevorderd [verweerster] te veroordelen aan [eiser] terug te betalen een bedrag van € 21.781,45, welke vordering in cassatie geen rol meer speelt.

[Verweerster] heeft in reconventie de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij tussenvonnissen van 29 mei 2002 en 29 januari 2003 een comparitie van partijen gelast en bij eindvonnis van 14 mei 2003 zowel in conventie als in reconventie de vorderingen voor het grootste deel toegewezen.

Tegen de vonnissen van 29 januari 2003 en 14 mei 2003 heeft [eiser] ten aanzien van de geldvordering van € 163.360,88 hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. [Verweerster] heeft wat de afwijzing van de buitengerechtelijke kosten en de veroordeling in reconventie betreft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij arrest van 19 oktober 2004 heeft het hof op het principaal en incidenteel appel de vonnissen van de rechtbank, behoudens een geringe wijziging op het punt van de (wettelijke) rente, bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 maart 2006.