Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AV1701

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
31-01-2006
Datum publicatie
19-07-2007
Zaaknummer
01341/05 H
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AV1701
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

31 januari 2006

Strafkamer

nr. 01341/05 H

IC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Rotterdam, kanton Sommelsdijk, van 8 mei 2003, nummer 10/260049-02, ingediend door mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, namens:

[aanvraagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, wonende te [woonplaats].

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Kantonrechter heeft de aanvraagster ter zake van "overtreding van art. 21A RVV 1990" veroordeeld tot een geldboete van € 784,-, subsidiair 15 dagen hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 8 maanden.

2. De aanvrage tot herziening

2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvraagster voert daartoe aan dat een ander dan de aanvraagster de personenauto ten tijde van de snelheidsovertreding heeft bestuurd.

3. De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467 Sv is voorzien.

4. Beoordeling van de aanvrage

4.1. Bij de aanvrage is overgelegd een verklaring van 17 juli 2003 van [betrokkene 1], welke verklaring inhoudt:

"N.a.v. uw brief met daarin de kennisgeving ontzegging van de rijbevoegdheid wil ik u het volgende mededelen: [aanvraagster] is niet de persoon in kwestie geweest betreffende het voorval op 01-12-01 te Ouddorp. Door privé problemen is

[aanvraagster] niet eerder in staat geweest te reageren. Ik zou u willen verzoeken [aanvraagster] niet langer aansprakelijk te stellen voor de overtreding en tevens willen verzoeken de ontzegging van de rijbevoegdheid in te trekken. Aangezien ik,

[betrokkene 1], geboren [geboortedatum]-1976 te [geboorteplaats] de overtreding begaan heb kunt u mij aansprakelijk stellen."

4.2. Bij de stukken van het geding bevindt zich tevens een aan de aanvraagster toegezonden en weer aan het CJIB teruggestuurde antwoordkaart. Op deze antwoordkaart is ingevuld dat de overtreding door de bestuurder wordt erkend. De handtekening onder het hoofd "bestuurder" op de antwoordkaart komt niet overeen met de handtekening van de aanvraagster zoals die voorkomt op de aanvrage en op de akte uitreiking behorende bij de inleidende dagvaarding. De handtekening op de antwoordkaart komt daarentegen wel overeen met de handtekening van [betrokkene 1] zoals die voorkomt op de bij de aanvrage overgelegde verklaring waarin hij de overtreding erkent. Dit levert grond op aan te nemen dat niet de aanvraagster, maar een ander de personenauto heeft bestuurd ten tijde van het begaan van de snelheidsovertreding.

4.3. Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Kantonrechter, ware deze met de evenvermelde feiten en omstandigheden bekend geweest, de aanvraagster van het haar tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.

5. Slotsom

Uit het vorenoverwogene volgt dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage gegrond is en als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

Verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;

Beveelt voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Rotterdam, kanton Sommelsdijk, van 8 mei 2003;

Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 31 januari 2006.