Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AV1618

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-03-2006
Datum publicatie
29-03-2006
Zaaknummer
00964/05
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AV1618
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 231 Sr “ter beschikking stellen”. Bewezenverklaard is dat verdachte te Schiphol aan X een aan een ander verstrekt paspoort ter beschikking heeft gesteld. X heeft het paspoort in Athene van verdachte gekregen na een eerste betaling, zij zou samen met verdachte reizen en zou na aankomst in Londen het restbedrag betalen. Het hof oordeelde dat de terbeschikkingstelling van het paspoort ook op Schiphol voortduurde. ’s Hofs oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk, in aanmerking genomen de door het hof genoemde feiten en omstandigheden, terwijl uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte samen met X reisde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 192
NJ 2006, 238
RvdW 2006, 342
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

28 maart 2006

Strafkamer

nr. 00964/05

LR/AM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 8 september 2004, nummer 23/150041-03, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 17 februari 2003 - de verdachte ter zake van "een aan een ander verstrekt reisdocument ter beschikking stellen van een derde, met het oogmerk het door deze te doen gebruiken als ware het aan hem verstrekt" veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Meijers, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het derde middel

3.1. Het middel bevat de klacht dat het Hof aan de in de tenlastelegging en de bewezenverklaring opgenomen en aan art. 231 Sr ontleende woorden "ter beschikking heeft gesteld" een onjuiste betekenis heeft gegeven.

3.2.1. Art. 231, eerste lid, Sr luidt, voorzover hier van belang:

"Hij die (...) een aan hem of een ander verstrekt reisdocument ter beschikking stelt van een derde, met het oogmerk het door deze te doen gebruiken als ware het aan hem verstrekt, wordt gestraft met (...)."

3.2.2. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op 7 augustus 2002 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, een aan een ander verstrekt reisdocument, te weten een nationaal paspoort van Groot-Brittannië met nummer [000000000], op naam van [betrokkene 1], ter beschikking heeft gesteld van [betrokkene 2], met het oogmerk dat reisdocument door die [betrokkene 2] te doen gebruiken als ware het aan die [betrokkene 2] verstrekt."

3.2.3. De bestreden uitspraak houdt voorts, voorzover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

"De raadsman heeft ter terechtzitting aangevoerd dat het tenlastegelegde niet kan worden bewezen. Hij heeft daartoe gesteld dat het verstrekken van een document geen voortdurend delict is.

Het hof overweegt daaromtrent als volgt.

Zoals hiervoor bij de uitleg van de tenlastelegging overwogen, verstaat het hof onder de zinsnede "ter beschikking heeft gesteld" een werkwoordconstructie die enige duur kan inhouden. Volgens de verklaring van [betrokkene 2], zoals hiervoor onder bewijsmiddel 2 weergegeven, heeft zij het op 7 augustus 2002 te Schiphol bij haar aangetroffen paspoort van Groot-Brittannië de dag ervoor in Athene van verdachte gekregen en zou zij, eenmaal veilig in Londen, verdachte het restbedrag betalen. [Betrokkene 2] zou, zo blijkt uit de gegevens van haar ticket, via Schiphol naar Londen reizen. Gelet op deze feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat de ter beschikkingstelling van het paspoort aan [betrokkene 2] ook op Schiphol voortduurde.

Het voorgaande leidt ertoe dat ook dit verweer wordt verworpen."

3.3. Het oordeel van het Hof geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen de door het Hof in de hierboven weergegeven overweging genoemde feiten en omstandigheden terwijl uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte samen met genoemde [betrokkene 2] reisde.

3.4. Het middel faalt derhalve.

4. Beoordeling van het eerste en het tweede middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dat behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

6. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 28 maart 2006.