Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AV0735

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-03-2006
Datum publicatie
19-07-2007
Zaaknummer
01880/05 H
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AV0735
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14 maart 2006

Strafkamer

nr. 01880/05 H

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage van 21 augustus 2002, nummer 09/925666-02, ingediend door mr. W.B. Teunis, advocaat te 's-Gravenhage, namens:

[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, wonende te [woonplaats].

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, gepleegd met betrekking tot een wapen en munitie van categorie III" veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf.

2. De aanvrage tot herziening

2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. In de aanvrage wordt aangevoerd dat de aanvrager ten tijde van het plegen van het feit waarvoor hij bij voormeld vonnis van de Politierechter is veroordeeld in Marokko verbleef. Ter staving hiervan wordt gesteld dat uit in- en uitreisstempels in het paspoort van de aanvrager onomstotelijk blijkt dat de aanvrager op die datum in Marokko verbleef, zodat sprake is van een persoonsverwisseling.

3. De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.

4. Beoordeling van de aanvrage

4.1. Als bijlagen bij de aanvrage zijn onder meer gevoegd:

- een kopie van het paspoort van de aanvrager, met daarin door de Marokkaanse politie geplaatste stempels die aangeven dat de aanvrager op 19 juli 2002 in Marokko aankwam en op 26 augustus 2002 Marokko heeft verlaten;

- de verklaringen van twee zusters van de aanvrager, inhoudende dat zij met hun broer, de aanvrager, en hun moeder van 19 juli tot 26 augustus 2002 in Marokko hebben verbleven;

- een afschrift van een ambtsedig proces-verbaal PL1521/2002/37317 van 10 augustus 2002, met bijlagen, opgemaakt door [verbalisant 1], brigadier van Politie Haaglanden.

Een van de bijlagen betreft een proces-verbaal behelzende de verklaring van de aangehouden verdachte die heeft opgegeven te zijn genaamd [aanvrager], geboren [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats]. Bij vergelijking van de door deze persoon onder die verklaring geplaatste handtekening met de handtekening die voorkomt in het paspoort van de aanvrager, rijst het vermoeden dat deze handtekening niet door de aanvrager is geplaatst maar door een ander. Voorts houdt genoemd proces-verbaal in dat de persoonsgegevens van de aangehouden verdachte zijn vastgesteld op grond van diens eigen verklaring en dat bij de controle van de juistheid van die gegevens is volstaan met het raadplegen van de gemeentelijke basisadministratie.

4.2. De inhoud van de hiervoor onder 4.1 vermelde stukken geeft steun aan de stelling waarop de aanvrage berust, te weten dat in de zaak die leidde tot de uitspraak waarvan herziening is gevraagd, sprake is geweest van persoonsverwisseling.

4.3. Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Politierechter, ware deze met de evenvermelde feiten en omstandigheden bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.

5. Slotsom

Uit het vorenoverwogene volgt dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage gegrond is en als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

Verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;

Beveelt voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage van 21 augustus 2002;

Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 14 maart 2006.