Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AU9728

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-01-2006
Datum publicatie
17-01-2006
Zaaknummer
00581/05
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AU9728
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Onttrekking aan het verkeer van affiches. Uit de voorwaarde voor onttrekking aan het verkeer dat de desbetreffende voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang volgt dat het moet gaan om een voorwerp waarvan de aard relevant is in die zin dat het ongecontroleerde bezit, al dan niet in samenhang met het redelijkerwijs te verwachten gebruik daarvan, juist in verband met die aard, in strijd is met de wet of het algemeen belang (HR LJN AR7626). Het hof heeft omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen niet meer vastgesteld dan dat het affiches betreft. Daarvan kan niet zonder meer worden gezegd dat het voorwerpen betreft als bedoeld in de hiervoor omschreven maatstaf. De enkele omstandigheid dat verdachte in de onderhavige zaak is veroordeeld omdat zij met eenzelfde affiche een gemeentelijk plakverbod heeft overtreden, brengt nog niet mee dat daaromtrent anders zou moeten worden geoordeeld.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 36b
Wetboek van Strafrecht 36c
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 27
NJ 2006, 87
RvdW 2006, 119
NBSTRAF 2006/45
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 januari 2006

Strafkamer

nr. 00581/05

EC/IC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 17 mei 2004, nummer 23/000290-04, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Amsterdam van 27 oktober 2003 - de verdachte ter zake van "overtreding van artikel 8.3, eerste lid, onder a, van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 1994" veroordeeld tot een geldboete van € 55,-, subsidiair 1 dag hechtenis, met onttrekking aan het verkeer zoals in het arrest omschreven.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. E. Th. Hummels, advocaat te Zeist, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beoordeling van het tweede middel

4.1. Het middel klaagt over de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen affiches.

4.2. Het Hof heeft de onttrekking aan het verkeer als volgt gemotiveerd:

"Onttrekt aan het verkeer de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: 96.00 STK affiche, A4-formaat, met opschrift.

Deze inbeslaggenomen voorwerpen zijn daarvoor vatbaar aangezien deze aan de verdachte toebehoren en bij gelegenheid van het onderzoek naar het door haar begane feit zijn aangetroffen en van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, terwijl ze kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten."

4.3. Uit de voorwaarde voor onttrekking aan het verkeer dat de desbetreffende voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang volgt dat het moet gaan om een voorwerp waarvan de aard relevant is in die zin dat het ongecontroleerde bezit, al dan niet in samenhang met het redelijkerwijs te verwachten gebruik daarvan, juist in verband met die aard, in strijd is met de wet of het algemeen belang (vgl. HR 8 maart 2005, LJN AR7626).

4.4. Het Hof heeft omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen niet meer vastgesteld dan dat het affiches betreft. Daarvan kan niet zonder meer worden gezegd dat het voorwerpen betreft als bedoeld in de hiervoor onder 4.3 omschreven maatstaf. De enkele omstandigheid dat de verdachte in de onderhavige zaak is veroordeeld omdat zij met eenzelfde affiche een gemeentelijk plakverbod heeft overtreden, brengt nog niet mee dat daaromtrent anders zou moeten worden geoordeeld.

Het Hof had daarom zijn oordeel dat de desbetreffende voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, nader dienen te motiveren.

4.5. Het middel is terecht voorgesteld.

5. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

Vernietigt de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor wat betreft de opgelegde straf en de maatregel;

Wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

Verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 17 januari 2006.