Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AU6094

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-01-2006
Datum publicatie
13-01-2006
Zaaknummer
C04/324HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AU6094
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige daad van buurman die tot dood groot aantal vogels in volières heeft geleid?; uitleg ‘verholen’ grief; grenzen rechtsstrijd; maatstaf voor hinder miskend? (art. 81 RO)

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 24
RvdW 2006, 89
JWB 2006/8
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 januari 2006

Eerste Kamer

Nr. C04/324HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. H.J.W. Alt,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 26 oktober 1999 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de rechtbank te Assen en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [verweerder] te veroordelen om aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de som der schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.

[Verweerder] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 5 september 2000 de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte door [eiser] tot overlegging van de in de rov. 5.1 en 5.2 bedoelde stukken en tot het verstrekken van de in rov. 5.3 bedoelde gegevens en bij tussenvonnis van 16 januari 2001 [eiser] tot bewijslevering toegelaten.

Na enquête en contra-enquête heeft de rechtbank bij tussenvonnis van 18 december 2001 [verweerder] tot bewijslevering toegelaten.

Bij eindvonnis van 8 oktober 2002 heeft de rechtbank de vordering van [eiser] toegewezen, [verweerder] in de kosten van het geding aan de zijde van [eiser] veroordeeld, en dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Tegen alle vonnissen heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.

Bij arrest van 28 juli 2004 heeft het hof de vonnissen waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van [eiser] afgewezen en hem in de proceskosten van beide instanties aan de zijde van [verweerder] veroordeeld.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de niet verschenen [verweerder] is verstek verleend.

[Eiser] heeft de zaak doen toelichten door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 januari 2006.