Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AU5706

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-01-2006
Datum publicatie
27-01-2006
Zaaknummer
R05/019HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AU5706
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Geschil over partneralimentatie na echtscheiding, 81 RO.

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 51
RvdW 2006, 130
JWB 2006/33
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 januari 2006

Eerste Kamer

Rek.nr. R05/019HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. A.A.G. Balkenende,

t e g e n

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. J.F.M. Weegberg.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 26 februari 2002 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die rechtbank en verzocht:

- tussen haar en verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - echtscheiding, subsidiair scheiding van tafel en bed uit te spreken;

- de man te veroordelen aan de vrouw, als bijdrage in de kosten van levensonderhoud (hierna: partneralimentatie), een bedrag van € 3.650,-- per maand te betalen;

- de verdeling van de tussen partijen bestaande huwelijksgoederengemeenschap te bevelen, met benoeming van een notaris en onzijdige personen;

- bij wege van voorlopige voorzieningen voor de duur van het geding te bepalen dat de man aan de vrouw aan bedrag van € 3.650,-- per maand aan partneralimentatie betaalt.

De man heeft afgezien van het indienen van een verweerschrift.

De rechtbank heeft bij beschikking van 15 mei 2002 het verzochte toegewezen en haar beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Daarbij heeft hij, nadat hij zijn hoger beroep tegen de echtscheiding bij brief, ingekomen bij het hof op 1 november 2002, had ingetrokken, verzocht de bestreden beschikking wat de partneralimentatie betreft te vernietigen en, opnieuw beschikkende, te bepalen dat het verzoek van de vrouw om partneralimentatie wordt afgewezen, althans dat het door de man aan de vrouw aan partneralimentatie te betalen bedrag wordt vastgesteld overeenkomstig de draagkracht van de man en met ingang van de datum van de af te geven beschikking, althans op een zodanig bedrag en met ingang van zodanige datum als het hof juist acht.

Bij beschikking van 10 november 2004 heeft het hof de bestreden beschikking vernietigd en het inleidende verzoek van de vrouw om partneralimentatie afgewezen.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 27 januari 2006.