Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AU7765

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-12-2005
Datum publicatie
23-12-2005
Zaaknummer
C05/251HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AU7765
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verstekverlening; cassatiedagvaarding aanvankelijk betekend ten kantore van de appel-advocaat van de niet-verschenen verweerders, verstekverlening na uitbrengen van herstelexploot dat wel aan de wettelijke eisen voldoet.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 46
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 63
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 766
RvdW 2006, 33
JWB 2005/451
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 december 2005

Eerste Kamer

Nr. C05/251HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Rolbeschikking

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. E.F.A. Linssen-van Rossum,

t e g e n

1. [Verweerster 1],

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [Verweerster 2],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTERS in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in cassatie

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 27 juli 2005 aan verweersters in cassatie - verder te noemen: [verweerster] c.s. - aangezegd dat hij beroep in cassatie instelt tegen het tussen partijen gewezen arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 28 april 2005 en [verweerster] c.s. gedagvaard te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad van 30 september 2005. Het exploot is betekend ten kantore van mr. E.R. Schenkhuizen, advocaat te 's-Gravenhage, door wie, volgens het exploot, [verweerster] c.s. laatstelijk vertegenwoordigd is geweest.

[Eiser] heeft de zaak ter rolle van 30 september 2005 doen inschrijven.

Geen der partijen zijn ter zitting van die dag verschenen. De zaak is voor beraad voortprocederen aangehouden tot de zitting van 14 oktober 2005.

Ter zitting van 14 oktober 2005 is wederom niemand verschenen en is de zaak ambtshalve van de rol gevoerd.

Op verzoek van de advocaat van [eiser] is de zaak ter rolle van 21 oktober 2005 geplaatst. Op die dag heeft [eiser] verzocht verstek te verlenen tegen [verweerster] c.s. en heeft de Advocaat-Generaal J. Spier geconcludeerd tot bepaling van een nieuwe rechtsdag voor hernieuwde oproeping van [verweerster] c.s., welke nieuwe rechtsdag is bepaald op 4 november 2005.

Ter rolle van 4 november 2005 heeft de advocaat van [eiser] twee weken uitstel verzocht voor uitbrengen van twee nieuwe herstelexploten.

Na een aanhouding van de zaak van twee weken voor uitbrengen van herstelexploten, heeft [eiser] twee herstelexploten doen inschrijven ter rolle van 18 november 2005 en heeft de Advocaat-Generaal schriftelijk geconcludeerd:

- dat [eiser] uiterlijk 23 november 2005 in de gelegenheid wordt gesteld stukken over te leggen als bedoeld onder 11 van deze conclusie, en

- dat de zaak wordt aangehouden tot de zitting van 25 november 2005 voor de definitieve conclusie over de vraag of verstek kan worden verleend.

Ter rolle van 18 november 2005 is de zaak voor de laatste maal aangehouden tot de zitting van 2 december 2005 voor conclusie op verstek.

Ter terechtzitting van 2 december 2005 heeft de advocaat van [eiser] schriftelijk gereageerd op voormelde conclusie van de Advocaat-Generaal, waarna de Advocaat-Generaal schriftelijk heeft geconcludeerd tot verstekverlening.

De conclusies van 18 november 2005 en 2 december 2005 zijn aan dit arrest gehecht.

De rolraadsheer heeft de zaak verwezen naar de eerste meervoudige kamer van de Hoge Raad voor beslissing op de verzochte verstekverlening.

2. Beoordeling van het verzoek om verstekverlening

Het exploot van 27 juli 2005 voldoet niet aan de eisen, vermeld in de Zesde afdeling van de Eerste titel van Boek 1 Rv., in het bijzonder niet aan die van art. 63 lid 1 en art. 46 lid 1 Rv. Uit geen der overgelegde gedingstukken van de procedure in hoger beroep blijkt immers dat [verweerster] c.s. in de vorige instantie woonplaats gekozen hebben ten kantore van mr. Schenkhuizen, terwijl ook anderszins niet blijkt, ook niet uit de door de advocaat van [eiser] overgelegde brief van mr. Schenkhuizen van 16 januari 2004, dat [verweerster] c.s. bij hem domicilie hebben gekozen. Uiteindelijk heeft [eiser] evenwel, nadat hij daartoe op de voet van art. 121 lid 2 Rv. in de gelegenheid was gesteld, een herstelexploot doen uitbrengen dat aan de wettelijke eisen van art. 46 lid 1, onderscheidenlijk art. 50 Rv. voldoet. Daarop is namens [verweerster] c.s. niemand verschenen, zodat verstek behoort te worden verleend.

3. Beslissing:

De Hoge Raad:

verleent tegen [verweerster] c.s. het gevraagde verstek.

verwijst de zaak naar de rolzitting van 6 januari 2006 voor voortprocederen.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheer E.J. Numann, lid van de Eerste meervoudige Kamer, en door deze uitgesproken ter rolzitting van 23 december 2005.