Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AU7716

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-12-2005
Datum publicatie
09-12-2005
Zaaknummer
40393
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 8:73, 8:73a en 8:75 Awb. Intrekking beroep; geen recht op vergoeding van proceskosten en schade.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 8:73
Algemene wet bestuursrecht 8:73a
Algemene wet bestuursrecht 8:75
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BNB 2006/98
V-N 2006/2.7 met annotatie van Redactie
FutD 2005-2389
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 40.393

9 december 2005

SE

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 november 2003, nr. BK-02/00445, betreffende na te melden verzoek om een veroordeling in de proceskosten en tot vergoeding van schade.

1. Geding voor het Hof

Bij de intrekking, bij brief van 20 november 2002, van het beroep betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 1998 tot en met 31 december 1999 heeft belanghebbende het verzoek gedaan om de Inspecteur te veroordelen in de kosten van het geding voor het Hof, alsmede tot het vergoeden van schade met toepassing van artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).

Het Hof heeft het verzoek afgewezen. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. Nu deze conclusie bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht.

3. Beoordeling van 's Hofs uitspraak naar aanleiding van de klachten en ambtshalve

's Hofs oordeel dat er geen wettelijke bepaling is die, ingeval van intrekking van een beroep, voorziet in het bij afzonderlijke uitspraak veroordelen van een partij tot het vergoeden van schade als bedoeld in artikel 8:73 van de Awb, is onjuist. Met ingang van 1 april 2002 voorziet artikel 8:73a van voormelde wet immers in die mogelijkheid.

De klachten kunnen echter niet tot cassatie leiden. Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende geen kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand heeft gemaakt in verband met proceshandelingen als bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het Hof heeft voorts geoordeeld dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij, zoals hij aanvoerde, schade heeft geleden als gevolg van handelingen van de Inspecteur bij de afdoening van het bezwaar of in de loop van het geding. Deze oordelen kunnen als van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk in cassatie niet met vrucht worden bestreden. Die oordelen staan met betrekking tot de gestelde kosten en schade in de weg aan een veroordeling als bedoeld in artikel 8:75a respectievelijk artikel 8:73a van de Awb.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer P. Lourens als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2005.