Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AU7498

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-12-2005
Datum publicatie
23-12-2005
Zaaknummer
R05/134HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AU7498
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Bopz-zaak; cassatie, ontvankelijkheid van het beroep, overschrijding van beroepstermijn ex art. 426 lid 1 Rv. (drie maanden).

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 426
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 751
RvdW 2006, 24
JWB 2005/459
BJ 2006/6
JBPR 2006/41
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 december 2005

Eerste Kamer

Rek.nr. R05/134HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. G.E.M. Later.

1. Het geding in feitelijke instantie

De Officier van Justitie in het arrondissement Zwolle heeft op 30 juni 2005 onder overlegging van een geneeskundige verklaring als bedoeld in de wet BOPZ een verzoek ingediend bij de rechtbank te Zwolle tot het verlenen van een voorlopige machtiging tot het doen voortduren van het verblijf van verzoeker tot cassatie in de G.G.Z. Drenthe, locatie Assen.

Nadat de rechtbank verzoeker, bijgestaan door zijn advocaat, en de behandelend arts had gehoord, heeft zij bij beschikking van 7 juli 2005 de voorlopige machtiging verleend voor de duur van zes maanden, uiterlijk tot 7 januari 2006.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Bij verzoekschrift, per fax ingekomen ter griffie van de Hoge Raad op 12 oktober 2005, op 14 oktober 2005 gevolgd door het originele verzoekschrift met begeleidend schrijven, is namens verzoeker cassatieberoep ingesteld. Het verzoekschrift is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Ingevolge art. 426 lid 1 Rv. kan tegen beschikkingen op rekest beroep in cassatie worden ingesteld binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak. De cassatietermijn in het onderhavige geval verstreek op 7 oktober 2005, zodat het cassatieberoep te laat is ingesteld. Verzoeker zal derhalve in zijn verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, P.C. Kop en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 december 2005.