Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AU4793

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-12-2005
Datum publicatie
23-12-2005
Zaaknummer
C05/131HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AU4793
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Geschil over de rechtmatigheid van de plaatsing van een gedetineerde op een door de minister van Justitie gehanteerde lijst van vlucht- en gemeengevaarlijke gedetineerden bij de beoordeling van de plaats waar voorlopige hechtenis en gevangenisstraf worden geëxecuteerd, 81 RO.

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 764
RvdW 2006, 31
JWB 2005/454
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 december 2005

Eerste Kamer

Nr. C05/131HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

thans verblijvende te Veenhuizen,

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. A.B. Baumgarten,

t e g e n

DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie),

gevestigd te 's-Gravenhage,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: voorheen mr. D. Stoutjesdijk,

thans mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 26 september 2003 verweerder in cassatie - verder te noemen: de Staat - in kort geding gedagvaard voor de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage en na wijziging van eis gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, op de minuut en alle dagen en uren:

1. primair te bepalen dat de Staat binnen 24 uur na betekening van het vonnis [eiser] van de lijst voor extreem vlucht- en gemeengevaarlijke personen (lijst I) en de lijst voor vlucht- en gemeengevaarlijke personen (lijst II) haalt;

2. subsidiair te bepalen dat de Staat binnen 24 uur na betekening van het vonnis [eiser] van de lijst I voor extreem vlucht- en gemeengevaarlijke personen haalt, en

3. te bepalen dat de Staat binnen 24 uur na betekening van het vonnis kenbaar moet maken welke bronnen en/of personen te kennen hebben gegeven dat [eiser] voornemens zou zijn te vluchten,

zulks telkens op straffe van een dwangsom.

De Staat heeft de vorderingen bestreden.

De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 22 oktober 2003 de vorderingen afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 17 februari 2005 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Staat begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren R. Herrmann, raadsheer in buitengewone dienst, E.J. Numann, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 december 2005.