Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AU4121

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-12-2005
Datum publicatie
16-12-2005
Zaaknummer
C04/301HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AU4121
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Geschil tussen een voormalige partner van een erflater en diens kinderen (enig erfgenamen bij versterf) over de vraag of zij kan worden aangemerkt als zijn testamentair erfgenaam, 81 RO.

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 736
RvdW 2006, 8
JWB 2005/442
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 december 2005

Eerste Kamer

Nr. C04/301HR

RM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

wonende te [woonplaats], Polen,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

de erven van wijlen [betrokkene 1]:

1. [verweerder 1],

wonende te [woonplaats],

2. [verweerder 2],

wonende te [woonplaats],

3. [verweerster 3],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 22 oktober 2001 verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerders] - gedagvaard voor de rechtbank te Groningen en, voor zover in cassatie van belang, gevorderd te verklaren voor recht dat zij gerechtigd is in de nalatenschap van [betrokkene 1], zoals is beschreven in diens testament van 11 juni 1993. [Verweerders] hebben de vordering bestreden.

Na een ingevolge een tussenvonnis van 4 januari 2002 op 19 februari 2002 gehouden comparitie van partijen heeft de rechtbank bij tussenvonnis van 12 april 2002 [eiseres] toegelaten feiten en omstandigheden te bewijzen, waaruit kan worden afgeleid dat [eiseres] ten tijde van het overlijden van de erflater met deze samenwoonde en dat zij een gezamenlijke rekening en gemeenschappelijke huishouding voerden.

Na getuigenverhoor heeft de rechtbank bij eindvonnis van 23 juli 2003 de vorderingen van [eiseres] afgewezen.

Tegen het eindvonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.

Bij arrest van 16 juni 2004 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerders] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 359,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 december 2005.