Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AU3885

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-11-2005
Datum publicatie
22-11-2005
Zaaknummer
00675/05
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AU3885
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Als werkgever geen juiste opgave doen van door werknemers genoten loon. Conclusie A-G: ’s Hofs oordeel dat het anoniementarief ex art. 26b Wet LB niet door art. 68 Sr wordt bestreken, is juist. Er is geen sprake van een nieuwe vervolging van een feit waarover al onherroepelijk door de Nederlandse rechter is beslist. Het enkele feit dat een tarief wordt toegepast dat hoger ligt dan wanneer aan alle wettelijke eisen zou zijn voldaan maakt zo’n toepassing nog niet tot een criminal charge. Het middel, dat ervan uitgaat dat toepassing van het anoniementarief een criminal charge is ex art. 6 EVRM of art. 14 IVBPR stuit af op vaste jurisprudentie van de HR dat een dergelijke stelling niet opgaat, ook niet in het geval dat de persoonsgegevens van de werknemer bij werkgever en belastingdienst bekend zijn. HR: 81 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 667
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 november 2005

Strafkamer

nr. 00675/05

EC/IC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 16 april 2004, nummer 23/004840-02, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1943, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.M.M. Heilbron, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

1.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsvrouwe op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Slotsom

Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 22 november 2005.