Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AU2853

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-12-2005
Datum publicatie
09-12-2005
Zaaknummer
C04/285HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AU2853
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verzekeringsgeschil; verval van de bevoegdheid van een verzekeraar beroep te doen op art. 251 K. tot vernietiging van de verzekeringsovereenkomst op de voet van art. 3:55 lid 1 of lid 2 BW?, rechtsverwerking?, 81 RO.

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Wetboek van Koophandel 251
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 723
JWB 2005/432
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

9 december 2005

Eerste Kamer

Nr. C04/285HR

JMH/RM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser], wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

t e g e n

AXA ZORG N.V., gevestigd te Utrecht,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 5 februari 2002 verweerster in cassatie - verder te noemen: AXA - gedagvaard voor de rechtbank te Utrecht en gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, zowel in de hoofdzaak als in de kosten van het geding:

I. te verklaren voor recht dat AXA gehouden is de overeenkomst tussen partijen zoals omschreven in het lichaam van deze dagvaarding, dat wil zeggen de arbeidsongeschiktheidsverzekering UNIM-polis onder polisnummer [0001], onvoorwaardelijk jegens [eiser] na te komen, althans te verklaren voor recht dat AXA gehouden is der partijen overeenkomst zoals omschreven in het lichaam van deze dagvaarding jegens hem na te komen, althans zodanig te beslissen zoals de rechtbank in goede justitie mag vermenen te bepalen;

II. AXA te veroordelen, althans te gebieden, om binnen een maand na betekening van het te dezen te wijzen vonnis met [eiser] de arbitrageprocedure zoals bedoeld in artikel 21 van de algemene voorwaarden behorende bij der partijen arbeidsongeschiktheidsverzekering, de zogenaamde UNIM-polis onder polisnummer [0001], met bekwame voortgang na te komen, althans deze arbitrageprocedure met bekwame voortgang te volgen, althans zodanig te beslissen als de rechtbank in goede justitie mag vermenen te bepalen, een en ander op straffe van een van een direct opeisbare dwangsom van € 500,-- per dag voor iedere dag of een gedeelte van een dag dat zij zulks (geheel en/of gedeeltelijk) nalaat;

III. AXA te veroordelen om in afwachting van de uitkomst van de arbitrageprocedure zoals bedoeld in artikel 21 van de algemene voorwaarden behorende bij der partijen arbeidsongeschiktheidsverzekering, de zogenaamde UNIM-polis onder polisnummer [0001], de uitkeringen op basis van een percentage van 50% aan hem te voldoen, zulks vanaf 1 december 2000 tot aan de dagtekening van het besluit van de arbitragecommissie zoals bedoeld onder het sub II te dezen te wijzen vonnis, althans zodanig te beslissen zoals de rechtbank in goede justitie mag vermenen te bepalen, een en ander nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der opeisbaarheid van de uitkeringen tot aan de dag der algehele voldoening;

IV. te bepalen dat indien door de arbitragecommissie als bedoeld in artikel 21 van de polisvoorwaarden behorende bij der partijen overeenkomst de mate van functionele arbeidsongeschiktheid van [eiser] vanaf 11 juni 1998 dan wel op een nader te bepalen datum, op 50% of hoger wordt vastgesteld, AXA gehouden is om aan hem te voldoen de daarbij behorende uitkeringen op basis van een uitkeringspercentage van 100%, een en ander nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf der opeisbaarheid tot aan de dag der algehele voldoening, althans zodanig te beslissen zoals de rechtbank in goede justitie mag vermenen te bepalen;

V. AXA op grond van het onder sub IV te dezen te wijzen vonnis te veroordelen om het alsdan verschuldigde bedrag binnen een maand na dagtekening van het besluit van de arbitragecommissie aan hem te voldoen, zulks onder overlegging aan hem van verificatoire bescheiden, althans zodanig te beslissen zoals de rechtbank in goede justitie mag vermenen te bepalen;

VI. te bepalen dat indien door de arbitragecommissie als bedoeld in artikel 21 van de polisvoorwaarden behorende bij der partijen overeenkomst de mate van functionele arbeidsongeschiktheid van [eiser] vanaf 11 juni 1998 dan wel op een nader te bepalen datum, op 50% of hoger wordt vastgesteld, AXA gehouden is om aan hem te restitueren de door hem sedert 11 juni 1998 dan wel sedert 1 juli 1998 voldane premies behorende bij der partijen overeenkomst zoals omschreven in het lichaam van deze dagvaarding, een en ander nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der betaling der premies tot aan de dag der algehele voldoening;

VII. AXA op grond van het onder sub VI te dezen te wijzen vonnis te veroordelen om het alsdan verschuldigde bedrag binnen een maand na dagtekening van het besluit van de arbitragecommissie aan hem te voldoen, zulks onder overlegging aan hem van verificatoire bescheiden, althans zodanig te beslissen zoals de rechtbank in goede justitie mag vermenen te bepalen;

VIII. AXA te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting tot het betalen van een bedrag van € 800,- aan buitengerechtelijke kosten, althans een bedrag aan buitengerechtelijke kosten zoals de rechtbank in goede justitie mag vermenen te bepalen, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente de dag dezer dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

IX. AXA te veroordelen in de kosten van deze procedure, met uitdrukkelijke bepaling dat zij de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd zal zijn als zij de proceskosten niet binnen veertien dagen na dagtekening van het te dezen te wijzen vonnis zal hebben betaald.

AXA heeft de vorderingen bestreden.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 24 april 2002 een comparitie van partijen gelast en bij eindvonnis van 5 februari 2003 de vorderingen van [eiser] afgewezen.

Tegen het eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 22 april 2004 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

AXA heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van AXA begroot op € 359,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, P.C. Kop, E.J. Numann en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 december 2005.