Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AU1954

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-11-2005
Datum publicatie
25-11-2005
Zaaknummer
C03/251HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AU1954
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Geschil omtrent de internationale rechtsmacht van de Nederlandse rechter kennis te nemen van een vordering tot betaling van de kosten van een hier te lande gelegd conservatoir beslag ter verzekering van de vordering in de hoofdzaak (waarin de Nederlandse rechter onbevoegd is), 81 RO.

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 767
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 675
JWB 2005/409
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

25 november 2005

Eerste Kamer

Nr. C03/251HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

t e g e n

[Verweerder], handelende onder de naam VDE HOLDINGS,

gevestigd te [vestigingsplaats], Groot Brittannië,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 22 december 2000 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [verweerder] te veroordelen om aan [eiseres] te voldoen "het bedrag op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet".

[Verweerder] heeft voor alle weren de exceptie van onbevoegdheid opgeworpen en de rechtbank verzocht zich onbevoegd te verklaren, althans [eiseres] niet in haar vordering te ontvangen, althans deze vordering aan haar te ontzeggen.

[Eiseres] heeft de incidentele vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 4 juli 2001 in het incident de vordering van [verweerder] afgewezen en de hoofdzaak naar de rol verwezen voor voortprocederen.

Tegen dit vonnis heeft [verweerder] bij het gerechtshof te 's-Gravenhage hoger beroep ingesteld.

Bij tussenarrest van 7 maart 2002 heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte door [eiseres] en bij tussenarrest van 2 januari 2003 [eiseres] tot bewijslevering toegelaten. Bij eindarrest van 5 juni 2003 heeft het hof het bestreden vonnis vernietigd en zich onbevoegd verklaard om van de vordering van [eiseres] jegens [verweerder] kennis te nemen en daarover te beslissen.

De drie vermelde arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen alle arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de niet verschenen [verweerder] is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, W.A.M. van Schendel en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 25 november 2005.