Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AT8790

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-10-2005
Datum publicatie
17-10-2005
Zaaknummer
R05/079HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AT8790
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Bopz, voorlopige machtiging, vereiste van art. 2 lid 2, aanhef en onder b, Wet Bopz dat het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend, gedwongen opname als ultimum remedium, motivering, 81 RO.

Wetsverwijzingen
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen 2
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 565
JWB 2005/345
BJ 2005/36 met annotatie van mr. R.H. Zuijderhoudt psychiater
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14 oktober 2005

Eerste Kamer

Rek.nr. R05/079HR

JMH/RM

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoekster],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. E. Grabandt,

t e g e n

DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ZUTPHEN,

gevestigd te Zutphen,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instantie

De Officier van Justitie in het arrondissement Zutphen heeft op 22 april 2005 onder overlegging van een op 19 april 2005 ondertekende geneeskundige verklaring van een niet bij de behandeling betrokken psychiater een verzoek ingediend bij de rechtbank aldaar tot het verlenen van een voorlopige machtiging tot het doen opnemen en doen verblijven van verzoekster tot cassatie - verder te noemen: verzoekster - in een psychiatrisch ziekenhuis.

Nadat de rechtbank verzoekster, bijgestaan door haar advocaat, haar echtgenoot en een arts op 3 mei 2005 had gehoord, heeft zij bij beschikking van 11 mei 2005 de voorlopige machtiging verleend voor de duur van zes maanden.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft verzoekster beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 14 oktober 2005.