Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AT7301

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-06-2005
Datum publicatie
30-06-2005
Zaaknummer
02836/04 A
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AT7301
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

De klacht dat het tenlastegelegde onvoldoende feitelijk is omschreven omdat daarin niet is vermeld uit welke gedragingen het seksueel binnendringen heeft bestaan, faalt omdat aan het begrip seksueel binnendringen voldoende feitelijke betekenis toekomt.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 242
Wetboek van Strafrecht 246
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 407
NJ 2005, 470
NBSTRAF 2005/294
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

28 juni 2005

Strafkamer

nr. 02836/04 A

EC/AG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 27 april 2004, nummer 901.267/02, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren op Curaçao op [geboortedatum] 1955, ten tijde van het instellen van beroep in cassatie gedetineerd in het Huis van Bewaring op Curaçao.

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van het Gerecht in Eerste Aanleg op Curaçao van 3 juli 2003 - de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding onder 2 primair tenlastegelegde en hem voorts ter zake van 1. en 2 subsidiair: "feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd" en 3. en 4. "verkrachting, meermalen gepleegd" veroordeeld tot zes jaren gevangenisstraf. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij [het slachtoffer] gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van NAF. 7.500,- en gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard en [betrokkene 1] voor haar gehele vordering niet-ontvankelijk verklaard.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.

3. Beoordeling van het eerste middel

3.1. Het middel klaagt dat het onder 4 tenlastegelegde onvoldoende feitelijk is omschreven omdat daarin niet is vermeld uit welke gedragingen het seksueel binnendringen heeft bestaan.

3.2. De klacht faalt omdat aan het begrip seksueel binnendringen voldoende feitelijke betekenis toekomt.

4. Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Slotsom

Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

6. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 28 juni 2005.