Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AT7214

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-06-2005
Datum publicatie
10-06-2005
Zaaknummer
39814
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2003:AI0165
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Leges ter zake van inlichtingen uit GBA? WUV; WUBO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module GBA 2005/611
Belastingblad 2005/755
BNB 2005/291
FutD 2005-1147
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 39.814

10 juni 2005

RS

gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer te Zoetermeer (hierna: het college) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 mei 2003, nr. BK-02/01561, betreffende na te melden van de Pensioen- en Uitkeringsraad te Leiden (hierna: de Raad) geheven leges.

1. Heffing, bezwaar en geding voor het Hof

Van de Raad is bij schriftelijke kennisgeving, gedagtekend 21 december 2001, ter zake van het verstrekken van gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens een bedrag van ƒ 120 aan leges geheven, welk bedrag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van het hoofd van de afdeling Belastingen van de gemeente Zoetermeer (hierna: het Hoofd) is gehandhaafd.

De Raad is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van het Hoofd vernietigd en het gevorderde bedrag verminderd tot nihil, hetgeen de Hoge Raad aldus verstaat dat het Hof het besluit tot heffing heeft vernietigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Het college heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Raad heeft een verweerschrift ingediend.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Bij de onderhavige kennisgeving zijn van de Raad leges geheven ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het op papier verstrekken van gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie.

3.2. Ingevolge (telkens) het tweede lid van artikel 41 van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de WUV) en van artikel 52 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de WUBO) zijn de gemeentebesturen gehouden aan de Raad de door hem gevraagde inlichtingen uit de basisadministratie persoonsgegevens kosteloos te verstrekken.

3.3. Tijdens de parlementaire behandeling van het ontwerp van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (hierna: de Wet GBA) heeft de regering het volgende opgemerkt (Kamerstukken II 1990/91, 21 123, nr.6, blz. 122):

"In vele wetten wordt op dit moment aan afnemers het recht gegeven om kosteloos gegevens te verkrijgen die nodig zijn voor de uitvoering van hun taak. Voor wat betreft de gegevens uit de huidige bevolkingsboekhouding wordt dit bepaald in artikel 2, tweede lid, van de Wet bevolkings- en verblijfregisters. Ook in diverse andere wetten (waarbij wordt verwezen naar artikel 41 WUV; toevoeging HR) wordt het recht op gratis gegevensverstrekking vastgelegd. Na veelvuldig overleg omtrent de financiering van de GBA heeft de regering besloten dit bestaande recht van de afnemers op dit moment niet aan te tasten, met dien verstande dat wel bijgedragen moet worden in de kosten van de instandhouding van het GBA-netwerk."

3.4. Hieruit blijkt dat ook naar de bedoeling van de wetgever de hiervoor onder 3.2 geciteerde artikelen van de WUV en de WUBO, als (telkens) bijzondere bepaling (lex specialis), - voorzover thans van belang - voorrang bleven behouden boven hetgeen de (latere) Wet GBA bepaalt op het stuk van kostenvergoeding, zoals die WUV/WUBO-artikelen elk ook voordien hadden te gelden als lex specialis ten opzichte van de voorgangster van de Wet GBA.

3.5. 's Hofs beslissing is dus juist, zodat het middel faalt.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.G. Pos als voorzitter, en de raadsheren L. Monné en C.J.J. van Maanen, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2005.

Van de Gemeente Zoetermeer wordt ter zake van het door het college ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 414.