Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AT6836

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-10-2005
Datum publicatie
07-10-2005
Zaaknummer
C04/240HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AT6836
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

overeenkomst tussen advocaat en cliënt op basis van "no cure no pay"; uitleg van overeenkomst; bewijsthema; art. 81 RO.

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 552
JWB 2005/340
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

7 oktober 2005

Eerste Kamer

Nr. C04/240HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. M.L. Kleyn.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploot van 30 november 2000 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, voor zover toelaatbaar, uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut en op alle dagen en uren, [eiser] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [verweerder] te betalen een bedrag van ƒ 37.884,34, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 september 2000 over de hoofdsom en met veroordeling van [eiser] in de kosten van dit geding.

[Eiser] heeft de vordering bestreden, subsidiair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring en tertiair tot onbevoegdverklaring en zijnerzijds in reconventie gevorderd [verweerder] tot afgifte van de dossiers te bevelen op straffe van verbeurte van een dwangsom van ƒ 100.000,-- en [verweerder] te veroordelen tot vergoeding van schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

[Verweerder] heeft de vorderingen in reconventie bestreden.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 20 maart 2001 een comparitie van partijen gelast en bij tussenvonnis van 20 juni 2001 [eiser] tot bewijslevering toegelaten. Na enquête heeft de rechtbank bij eindvonnis van 22 januari 2003 zich in conventie onbevoegd verklaard van de vordering kennis te nemen en in reconventie de vorderingen afgewezen met veroordeling van [eiser] in de aan de zijde van [verweerder] gevallen proceskosten.

Tegen het eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 29 april 2004 heeft het hof het bestreden vonnis bekrachtigd en [eiser] uitvoerbaar bij voorraad in de proceskosten van het geding in hoger beroep veroordeeld.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

[Verweerder] heeft de zaak doen toelichten door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 359,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 7 oktober 2005.