Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AT6383

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24-05-2005
Datum publicatie
19-07-2007
Zaaknummer
00138/05 H
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AT6383
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

24 mei 2005

Strafkamer

nr. 00138/05 H

AG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een vordering tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Roermond van 24 mei 2004, nummer 04/016452-04, betreffende:

[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972, wonende in Polen, ingediend door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden.

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Politierechter heeft de betrokkene ter zake van "opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C van de Opiumwet gegeven verbod" en "opzettelijk gebruik maken van een niet op zijn naam gesteld reisdocument" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een geldboete van € 3.500,- subsidiair 70 dagen hechtenis.

2. De vordering tot herziening

De vordering tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de vordering

3.1. De vordering berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De Procureur-Generaal voert daartoe aan dat er sprake is van een persoonsverwisseling.

3.2. Op verzoek van de Officier van Justitie te Roermond is door de regiopolitie Limburg Noord een onderzoek ingesteld. De resultaten van dit onderzoek zijn gerelateerd in een door [verbalisant 1], brigadier van politie van de regiopolitie Limburg-Noord op ambtseed opgemaakt proces-verbaal, inhoudende:

"BEZWAAR TEGEN VEROORDELING

Tevens waren daarbij documenten gevoegd, waaruit blijkt dat een persoon met de naam [aanvrager] bezwaar aantekent tegen de veroordeling in Nederland. Hieruit zou blijken dat de op 14 maart 2004 aangehouden persoon gebruik heeft gemaakt van de naam [aanvrager]. Deze persoon zou zich hebben gelegitimeerd met een gestolen paspoort op naam van die [aanvrager].

In deze documenten is aangegeven dat beide wijsvingers van de werkelijke [aanvrager] zijn geamputeerd, hoewel dat niet werd aangetoond.

Bij de documenten is een pasfoto gevoegd, kennelijk van de werkelijke [aanvrager]. Op de achterzijde van de pasfoto is geschreven: "[aanvrager] [geboortedatum]1972."

De Officier van Justitie gaf opdracht nader onderzoek te doen naar de identiteit van de op 14 maart 2004 aangehouden persoon.

GEEN HERKENNING

Ik, verbalisant [verbalisant 1], kan mij de door mij verhoorde persoon niet meer herinneren. De man afgebeeld op de bij de documenten gevoegde pasfoto, herken ik niet. Ik weet niet of dit de door mij verhoorde persoon betreft. Wel kan ik zeggen dat door mij niet is opgemerkt of de door mij verhoorde persoon wijsvingers miste. Als dat wel het geval zou zijn, was mij dat opgevallen en zou ik mij dat wel kunnen herinneren.

GEEN FOTO / DACTY

Op de dag van het onderzoek, zondag 14 maart 2004, werd de zaak binnen de termijn van 6 uur afgehandeld en de verdachte in vrijheid gesteld. Het was voor het onderzoek niet noodzakelijk om een verdachte-foto en een dactyloscopisch signalement te maken. Deze zijn derhalve niet vervaardigd."

3.3. De inhoud van de bij de aanvrage overlegde bewijsmiddelen - vermeld in de vordering onder 3.1 - in samenhang beschouwd met de inhoud van genoemd proces-verbaal geeft steun aan de stelling waarop de vordering berust, te weten dat in de zaak die leidde tot de uitspraak waarvan herziening is gevraagd sprake is geweest van een persoonsverwisseling.

3.4. Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Politierechter, ware deze met de bovenvermelde feiten en omstandigheden bekend geweest, de betrokkene van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.

4. Slotsom

Uit het vorenoverwogene volgt dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de vordering gegrond is en als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

Verklaart de vordering tot herziening gegrond;

Beveelt voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Roermond van 24 mei 2004;

Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren G.J.M Corstens en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier R. Kuiper, en uitgesproken op 24 mei 2005.

Mr. Kuiper is buiten staat dit arrest te ondertekenen.