Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AT6369

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-06-2005
Datum publicatie
17-06-2005
Zaaknummer
C04/091HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AT6369
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

17 juni 2005 Eerste Kamer Nr. C04/091HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 152
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 364
JWB 2005/231
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 juni 2005

Eerste Kamer

Nr. C04/091HR

RM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerder in cassatie - verder te noemen: Senior - heeft bij exploot van 3 februari 1995 eiser tot cassatie - verder te noemen: Junior - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Hertogenbosch en, kort gezegd, gevorderd te verklaren voor recht dat de maatschapsovereenkomst tussen partijen krachtens overeenkomst is ontbonden per 1 april 1994 alsmede Junior te veroordelen tot medewerking aan de vereffening van de maatschap en aan de liquidatie van het onder de maatschap uitgeoefende boerenbedrijf op straffe van een dwangsom.

Junior heeft de vordering bestreden en van zijn kant in reconventie gevorderd te verklaren voor recht dat de maatschapsovereenkomst tussen partijen is geëindigd op grond van art. 13 van de betreffende maatschapsovereenkomst, door het bereiken van de 70-jarige leeftijd van Senior en de maatschap als gevolg daarvan op 31 december 1995 is beëindigd, en Senior te veroordelen tot verdeling van het maatschapsvermogen conform de voorgeschreven regels in art. 16 en 17 van de maatschapsovereenkomst.

Senior heeft de vordering in reconventie bestreden.

Na twee tussenvonnissen van 29 september 1995 en 13 december 1996 heeft de rechtbank bij tussenvonnis van 12 december 1997 een deskundigenbericht bevolen, daartoe vragen geformuleerd en drie deskundigen benoemd. De rechtbank heeft daarnaast een comparitie van partijen gelast. Na deskundigenbericht en de comparitie van partijen heeft de rechtbank bij eindvonnis van 1 december 2000 in conventie het gevorderde afgewezen en in reconventie de vordering toegewezen.

Tegen de vonnissen van 13 december 1996, 12 december 1997 en 1 december 2000 heeft Senior hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij tussenarrest van 2 mei 2002 heeft het hof Senior toegelaten te bewijzen dat partijen waren overeengekomen de ten processe bedoelde maatschap per 1 april 1994 te liquideren. Na enquête en contra-enquête heeft het hof bij eindarrest van 16 december 2003 de bestreden vonnissen van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, in conventie voor recht verklaard dat de maatschapsovereenkomst tussen partijen krachtens overeenkomst daartoe is ontbonden per 1 april 1994, Junior veroordeeld binnen vier weken na betekening van het arrest mee te werken aan de vereffening van de maatschap, alsmede mede te werken aan de liquidatie van het onder de maatschap uitgeoefende bedrijf in de vorm van verkoop van dat bedrijf, onder verbeurte van een dwangsom. Het hof heeft voorts in conventie Junior veroordeeld over te gaan tot verdeling van het vermogen van de maatschap en mede te werken aan teruggaaf van de inbreng van ieder der vennoten, een en ander voor zover de vereffening van de maatschap zulks zal toelaten. De vorderingen in reconventie heeft het hof afgewezen.

Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen zowel het tussenarrest als het eindarrest van het hof heeft Junior beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen Senior is verstek verleend.

De zaak is voor Junior toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Junior in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Senior begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 17 juni 2005.