Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AT6019

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-10-2005
Datum publicatie
17-10-2005
Zaaknummer
C04/242HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AT6019
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Invorderingszaak (samenhangend met C04/172HR), bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 36 Iw 1990 wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur, onvolledige en ondoorzichtige administratie, te weinig aangegeven en afgedragen omzetbelasting door handelwijze bestuurder; toelating tot bewijslevering, onvoldoende weersproken stellingen, 81 RO.

Wetsverwijzingen
Invorderingswet 1990 36
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 578
JWB 2005/352
FutD 2005-2041
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14 oktober 2005

Eerste Kamer

Nr. C04/242HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen.

t e g e n

DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/RIVIERENLAND,

voorheen de Ontvanger van de Belastingdienst/Ondernemingen Gorinchem,

kantoorhoudende te Gorinchem,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. M.J. Schenck,

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerder in cassatie - verder te noemen: de Ontvanger - heeft bij exploot van 9 juli 1998 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te Arnhem en na wijziging van eis bij conclusie van repliek gevorderd bij vonnis, voor zover rechtens mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] te veroordelen aan de Ontvanger te betalen een bedrag van ƒ 136.307,--, althans, voor het geval in de procedure volgend op het bezwaarschrift ingevolge art. 23 AWR (dat is ingediend tegen de aanslag met nummer [001]) een ander bedrag wordt vastgesteld, dat andere bedrag, vermeerderd met de invorderingsrente over dit bedrag vanaf 25 juli 1997 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [eiser] in de kosten van dit geding, die van het in de inleidende dagvaarding genoemde conservatoire beslag daaronder begrepen.

[Eiser] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 17 februari 2000 de vordering toegewezen.

Tegen voormeld vonnis van de rechtbank heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.

Bij arrest van 24 februari 2004 heeft het hof het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank te Arnhem van 17 februari 2000 bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het anticipatie-exploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

De Ontvanger heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ontvanger begroot op € 1.926,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren P.C. Kop, E.J. Numann, W.A.M. van Schendel en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 14 oktober 2005.