Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AT5722

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-07-2005
Datum publicatie
05-07-2005
Zaaknummer
02992/04
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AT5722
In cassatie op : ECLI:NL:GHARN:2004:AQ0344
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Moord; bewijs doodsoorzaak. Uit de gebezigde bewijsmiddelen heeft het hof kunnen afleiden dat het slachtoffer door verstikking om het leven moet zijn gekomen. Die bewijsmiddelen dragen ook de alternatief door het hof bewezenverklaarde gevolgtrekking dat de dood anderszins door geweld is ingetreden. Het is een feit van algemene bekendheid dat door schoppen of slaan tegen vitale lichaamsdelen bloedingen kunnen ontstaan en zelfs de dood kan worden veroorzaakt. De door het hof aangenomen mogelijkheid van veroorzaking van de dood door ander geweld dan belemmering van de ademhaling, wordt gedragen door het gebezigde bewijsmateriaal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 413
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 juli 2005

Strafkamer

nr. 02992/04

SG/IV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 12 juli 2004, nummer 21/000873-03, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1945, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Arnhem.

1. De bestreden uitspraak

1.1. Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Zutphen van 12 februari 2003 - de verdachte ter zake van 1 primair "moord" en 2. "het een lijk begraven, verbergen of wegmaken, met het oogmerk om het feit of de oorzaak van het overlijden te verhelen" veroordeeld tot twintig jaren gevangenisstraf met verbeurdverklaring zoals in het arrest omschreven.

1.2. Het verkorte arrest en de aanvulling daarop als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

2. Geding in cassatie

2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

3. Beoordeling van het eerste middel

3.1. Het middel bevat onder meer de klacht dat de in de bewezenverklaring van feit 1 opgenomen alternatieve gedragingen van de verdachte die tot de dood van [het slachtoffer] zouden hebben geleid, onvoldoende steun vinden in de gebezigde bewijsmiddelen.

3.2. Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:

"1. hij in de periode van 4 december 2001 tot en met 27 januari 2002 in Nederland opzettelijk en met voorbedachte raad [het slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte toen aldaar met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg die [slachtoffer] gewurgd of doen stikken of die [slachtoffer] (ter verstikking) in een bosperceel begraven, in elk geval bij die [slachtoffer] op enige wijze de ademhaling belemmerd of op die [slachtoffer] anderszins geweld toegepast, tengevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden."

3.3. Uit de gebezigde bewijsmiddelen heeft het Hof kunnen afleiden dat het slachtoffer [...] door verstikking om het leven moet zijn gekomen. Die bewijsmiddelen dragen ook de alternatief door het Hof bewezenverklaarde gevolgtrekking dat de dood anderszins door geweld is ingetreden. Immers zij houden de mogelijkheid in dat het in de auto van de verdachte aangetroffen bloedspoor afkomstig is van het slachtoffer en daar is terechtgekomen door op het slachtoffer uitgeoefend geweld zonder dat sprake is van "ernstig mechanisch geweld, zoals "schieten of steken met een mes". Die laatste mogelijkheid is immers door de tot bewijs gebezigde verklaring van de getuige-deskundige Visser uitgesloten. Het is een feit van algemene bekendheid dat door schoppen of slaan tegen vitale lichaamsdelen bloedingen kunnen ontstaan en zelfs de dood kan worden veroorzaakt. De door het Hof aangenomen mogelijkheid van veroorzaking van de dood door ander geweld dan belemmering van de ademhaling, wordt dus ook gedragen door het gebezigde bewijsmateriaal.

3.4. De klacht is tevergeefs voorgesteld.

3.5. De overige klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Slotsom

Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

6. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en J.P. Balkema, in bijzijn van de waarnemend griffier M.T.E. van Huut, en uitgesproken op 5 juli 2005.