Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AT5540

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-09-2005
Datum publicatie
23-09-2005
Zaaknummer
C04/193HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AT5540
In cassatie op : ECLI:NL:GHLEE:2004:AO5896
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

23 september 2005 Eerste Kamer Nr. C04/193HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: STICHTING DE NOORDERBRUG, gevestigd te Groningen, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand, t e g e n DE ONDERLINGE VERZEKERINGMAATSCHAPPIJ UNIVÉ NOORD U.A., gevestigd te Assen, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. G.C. Makkink. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 513
JWB 2005/312
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 september 2005

Eerste Kamer

Nr. C04/193HR

JMH/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

STICHTING DE NOORDERBRUG,

gevestigd te Groningen,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,

t e g e n

DE ONDERLINGE VERZEKERINGMAATSCHAPPIJ UNIVÉ NOORD U.A.,

gevestigd te Assen,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. G.C. Makkink.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: Univé - heeft bij exploot van 11 april 2002 eiseres tot cassatie - verder te noemen: De Noorderbrug - gedagvaard voor de rechtbank te Groningen en gevorderd, voor zoveel mogelijk bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. De Noorderbrug te veroordelen tot betaling aan Univé van een bedrag van € 42.985,25, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de dag der verschuldigdheid daarvan tot de dag der algehele voldoening;

II. te verklaren voor recht dat De Noorderbrug aansprakelijk is voor de overige, door Univé nog aan of namens haar verzekerde [betrokkene 1], op grond van de polisvoorwaarden uit te keren schadevergoeding ten gevolge van de brandstichting door diens echtgenote, en De Noorderbrug tot betaling daarvan te veroordelen, zulks nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

De Noorderbrug heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 15 november 2002 de vordering van Univé toegewezen.

Tegen dit vonnis heeft De Noorderbrug hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. Univé heeft voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij arrest van 17 maart 2004 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft De Noorderbrug beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Univé heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor De Noorderbrug mede door mr. G. Sertkaya-Aydin, advocaat bij de Hoge Raad

De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van De Noorderbrug heeft bij brief van 27 mei 2005 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt De Noorderbrug in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Univé begroot op € 1.361,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren D.H. Beukenhorst, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 23 september 2005.