Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AT4646

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-04-2005
Datum publicatie
26-04-2005
Zaaknummer
02837/04 H en 02853/04 H
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening van een met een transactie afgedane zaak is niet mogelijk, omdat geen sprake is van een einduitspraak houdende veroordeling ex art. 457.1 Sv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 april 2005

Strafkamer

nrs. 02837/04 H en 02853/04 H

JH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Rotterdam van 9 mei 2000, nummer 10/042360-00, alsmede van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Rotterdam van 15 mei 2003, nummer 10/092313-02 en voorts van een met een transactie afgedane zaak, nummer PL1719 137586-99, ingediend door mr. N.A.P. Heesterbeek, advocaat te Helmond, namens:

[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] (Irak) op [geboortedatum] 1968, wonende te [woonplaats].

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Politierechter heeft de aanvrager bij vonnis van 9 mei 2000 ter zake van "diefstal" veroordeeld tot een geldboete van ƒ 360,-, subsidiair zeven dagen hechtenis, en bij vonnis van 15 mei 2003 ter zake van "diefstal" tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van vijftien uren, subsidiair zeven dagen hechtenis. Voorts is op naam van de aanvrager een transactievoorstel ter zake van diefstal voor een bedrag van ƒ 240,- betaald.

2. De aanvrage tot herziening

De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvrage

3.1. De aanvrage zal voorzover deze de met een transactie afgedane zaak betreft niet tot herziening kunnen leiden, reeds omdat geen sprake is van een einduitspraak houdende veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvrage kan derhalve in zoverre niet worden ontvangen.

3.2. Als grondslag voor een herziening kunnen, voorzover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.

3.3. Art. 459 Sv schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken.

3.4. In de aanvrage is als omstandigheid aangevoerd dat niet de aanvrager maar een ander de bewezenverklaarde feiten heeft begaan en dat deze telkens bij zijn aanhouding tegenover de politie de personalia van de aanvrager heeft opgegeven. De aanvrage bevat evenwel niet een genoegzame opgave van bewijsmiddelen ter staving van die omstandigheid. De aanvrage kan daarom, gelet op de art. 459 en 460 Sv, in zoverre evenmin worden ontvangen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 19 april 2005.