Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AT3498

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24-06-2005
Datum publicatie
24-06-2005
Zaaknummer
C04/130HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AT3498
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

24 juni 2005 Eerste Kamer Nr. C04/130HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: CARIGNA INVESTMENTS N.V., gevestigd te Willemstad, Curaçao, Nederlandse Antillen, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. B.D.W. Martens, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. K.G.W. van Oven. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 392
JWB 2005/255
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

24 juni 2005

Eerste Kamer

Nr. C04/130HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

CARIGNA INVESTMENTS N.V.,

gevestigd te Willemstad, Curaçao, Nederlandse Antillen,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. B.D.W. Martens,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. K.G.W. van Oven.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploot van 21 mei 1999 eiseres tot cassatie - verder te noemen: Carigna - gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. te verklaren voor recht dat Carigna jegens [verweerder] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de op haar ingevolge de met [verweerder] gesloten huurovereenkomst en/of koopovereenkomst rustende verplichtingen dan wel te verklaren voor recht dat Carigna jegens [verweerder] onrechtmatig heeft gehandeld door de tussen hen gevoerde onderhandelingen voortijdig af te breken;

2. Carigna te veroordelen tot vergoeding aan [verweerder] van de door hem als gevolg daarvan geleden en nog te lijden schade, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 27 april 1999 tot aan de dag der algehele voldoening, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

Carigna heeft een incidentele conclusie houdende onbevoegdheid en verwijzing genomen en gevorderd dat de rechtbank zich onbevoegd verklare en de zaak moge verwijzen naar de relatief competente kantonrechter, kosten rechtens.

[Verweerder] heeft in het incident de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 8 december 1999 in het incident zich onbevoegd verklaard van de onderhavige vordering kennis te nemen en de hoofdzaak naar de kantonrechter te Amsterdam verwezen voor voortprocederen.

Bij exploot van 28 februari 2001 heeft [verweerder] Carigna opgeroepen te verschijnen voor de kantonrechter te Amsterdam teneinde alsdan voort te procederen na verwijzing.

Nadat Carigna niet ter terechtzitting van de kantonrechter was verschenen, heeft de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard verstekvonnis van 18 mei 2001 de vordering van [verweerder] integraal toegewezen en Carigna in de proceskosten aan de zijde van [verweerder] veroordeeld.

Tegen het vonnis van de kantonrechter van 18 mei 2001 heeft Carigna hoger beroep ingesteld bij de rechtbank te Amsterdam.

Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 28 januari 2004 heeft de rechtbank het bestreden vonnis bekrachtigd en Carigna in de proceskosten van het hoger beroep aan de zijde van [verweerder] veroordeeld.

Het vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de rechtbank heeft Carigna beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Carigna heeft de zaak doen toelichten door haar advocaat en [verweerder] heeft de zaak namens zijn advocaat doen toelichten door mr. W.H. van Hemel, advocaat te Amsterdam.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van Carigna heeft bij brief van 22 april 2005 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Carigna in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 359,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren D.H. Beukenhorst, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 24 juni 2005.