Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2005:AT3497

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24-06-2005
Datum publicatie
24-06-2005
Zaaknummer
C04/124HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AT3497
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

24 juni 2005 Eerste Kamer Nr. C04/124HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van:[Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. J.H.E. Wanrooij, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 391
JWB 2005/241
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

24 juni 2005

Eerste Kamer

Nr. C04/124HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. J.H.E. Wanrooij,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 25 mei 1999 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de rechtbank te Alkmaar en gevorderd [verweerder] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen een bedrag van ƒ 88.118,12, verhoogd met de contractuele rente van 1% per maand over ƒ 72.806,59 en de wettelijke rente over het restant van de vordering, een en ander vanaf 15 mei 1999 tot aan de dag der algehele voldoening en met de proceskosten waaronder begrepen de kosten van het te dezen gelegde conservatoire beslag.

[Verweerder] heeft de vordering bestreden en zijnerzijds in reconventie gevorderd:

primair: te ontbinden de overeenkomst tot aanname van werk, dit op grond van (toerekenbare) tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst, met veroordeling van [eiseres] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een schadevergoeding ten hoogte van 50% van de totale aanneemsom, zijnde ƒ 59.482,50, althans een bedrag dat de rechtbank redelijk voorkomt, alsmede de schade verband houdende met genoemd renteverlies, dit alles te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 oktober 1998 tot de dag der algehele voldoening met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure, en

subsidiair: [eiseres] te veroordelen tot nakoming van de overeenkomst met oplegging van een dwangsom van ƒ 10.000,-- voor elk dagdeel dat zij na betekening van het vonnis weigerachtig blijft aan de inhoud van het vonnis te voldoen, met veroordeling van [eiseres] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een schadevergoeding ten hoogte van 50% van de totale aanneemsom, zijnde ƒ 59.482,50, althans een bedrag dat de rechtbank redelijk voorkomt, alsmede de schade verband houdende met genoemd renteverlies, dit alles te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 oktober 1998 tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.

[Eiseres] heeft de vorderingen in reconventie bestreden.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 26 augustus 1999 een comparitie van partijen gelast en bij tussenvonnis van 10 augustus 2000 [eiseres] tot bewijslevering toegelaten. Na enquête heeft de rechtbank bij tussenvonnis van 1 maart 2001 een deskundigenbericht bevolen, een deskundige benoemd en een aantal vragen geformuleerd. Na deskundigenbericht heeft de rechtbank bij eindvonnis van 11 juli 2002 in conventie [verweerder] veroordeeld tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen € 33.038,19 (ƒ 72.806,59), vermeerderd met de contractuele rente over dit bedrag vanaf 25 mei 1999 tot aan de dag van voldoening. In reconventie heeft de rechtbank [eiseres] veroordeeld tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [verweerder] te betalen € 7.959,30, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 oktober 1998 tot aan de dag van voldoening, in conventie en in reconventie dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard, de proceskosten tussen partijen gecompenseerd, en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Tegen het in conventie en in reconventie tussen partijen gewezen eindvonnis heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [Eiseres] heeft incidenteel hoger beroep tegen alle vonnissen ingesteld.

Bij arrest van 27 november 2003 heeft het hof in het principale en in het incidentele beroep het eindvonnis van 11 juli 2002, voor zover daarbij in conventie de contractuele rente over € 33.038,19 vanaf 25 mei 1999 is toegewezen, vernietigd en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de contractuele rente over een bedrag van € 6.046,20 vanaf 8 december 1998 tot aan de volledige voldoening toegewezen, zowel het eindvonnis voor het overige als de tussenvonnissen van 10 augustus 2000 en 1 maart 2001 bekrachtigd, en in beide beroepen de proceskosten tussen partijen gecompenseerd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de niet verschenen [verweerder] is verstek verleend.

[Eiseres] heeft de zaak doen toelichten door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren D.H. Beukenhorst, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 24 juni 2005.